//
je leest...
Toen veertigsters nog niet op Lowlands hoorden

Toen 40sters nog niet op Lowlands hoorden (09.2005)

switha’s ‘come back’ op het festivalterrein. 09.2005 (Oud materiaal)

Drie dagen bands met hier en daar een filmpje of wat wetenschappelijke lezingen er tussendoor, een enkele, grappige act voor het wandelende publiek en merchandise natuurlijk. Ziedaar de muzikale marathon van Lowlands 2005 die voor mij begint met Roisin Murphy, ex zangeres van Moloko.

Maar niet voordat ik met veel moeite mijn koepeltentje tussen een vijftal andere prop, de wc’s en riante wastent goedkeur, geld voor plastic munten inwissel en met een wit weggetrokken bekkie – de festivalsupermarkt is gewoon klereduur – alvast broodjes voor de volgende ochtend koop. Dan kan ik eindelijk mijn heuptas vullen met zaken waarvan ik vermoed dat ze onontbeerlijk zijn, zo ongeveer: wc-papier, muntjes dus, een regencape, het Lowlands ProgrammaBoekje en mijn leesbril. Ik vraag me nog even af of ik dat ding aan zo’n brillenkoordje zal laten bungelen. Maar als ik wikkend en wegend om mij heen kijk, besluit ik dat dit toch wel al te lullig is: de gemiddelde leeftijd zal 28 jaar zijn. Dus stop ik het ding gewoon in zijn doosje, vul mijn waterrugzak-met-zuigslang en daar ga ik.

Want als je de overstap van camping- naar festivalterrein maakt, is dat een daad voor de rest van de dag. Een bevredigende maar uitputtende onderneming met veel vochtverlies en ik wil dit probleem niet de hele tijd met biertjes drinken oplossen. Stel je voor dat ik iets zou missen, want ja, de afstand tussen de verschillende – en op zichzelf al erg grote podia – is flink, zo weet ik van de TV-beelden. Dat de biertentjes hoogstwaarschijnlijk erg goed op de routes uitgemikt liggen, probeer ik ondertussen te verdringen. Ik zou het immers zuinig aan doen.

En daarom, spreek ik mezelf bemoedigend toe, zal ik straks op de voor mij natuurgetrouwe, gereformeerde wijze tussen verleiding en doelgerichtheid laveren en mijn houvast vinden in Dat Boekje. Een beetje zenuwachtig frutsel ik het ding in een zijvakje mèt de bril, in de vaste overtuiging dat ik aan zoveel leuks word blootgesteld dat ik echt zal moeten plannen. Tja, ik ben een hongerige, 45jarige vrouw met de beginnende levensnood van een aankomende bejaarde en ik wil eruit halen wat er nog inzit.

Goed, ik verpak mijn gretigheid in een stevige looppas, de voeten in boots en de benen geschoren, zodat ik kortgerokt toch nog toonbaar ben. Want tegenwoordig laat je je hooguit met hoofdhaar nog in het openbaar zien, zo begrijp ik van leerlingen op mijn school.

Maar goed, het is kwart voor zes en als ik doorloop, kan ik nog net op tijd zijn voor Roisin.

Niet echter voordat ik me nòg es omdraai om me te oriënteren op mijn kampeerplek. Gut, wat lijken al die koepeltentjes op elkaar en het zijn er echt heel veel. Net sop van een b-merk waspoeder met van die flutbellen over een film van vuil, “Nu al vies!” prevel ik hoofdschuddend en haal mijn neus op.

Dàt had ik nu net niet moeten doen: ik ruik mezelf. Behoorlijk afgeleid verdwijnt mijn hand onder mijn oksel. Moet ik verdorie òòk nog mijn deo in de tas proppen?! Die rotzooi werkt gewoon niet. Of ligt het aan mij? Een beetje ongerust staar ik naar de huid van de geteste hand die ritselend droog aanvoelt en toch een penetrante geur verspreid. Hm, hoe ouder hoe droger en geconcentreerder de damp, zeggen de bladen, dus ik ben het vast zelf. Meurende 40plusser weet zelfs bij topacts nog plaats vrij te maken. Ik zie me al op de voorpagina van de Lowlandskrant morgenochtend (ook die hebben ze hier, las ik ergens), want niemand zal het op deze manier ontgaan dat ìk hier rondloop, straks massale wave-pogingen in de kiem smorend door er simpelweg aan mee te doen, en hup: daar gingen haar handjes!…

Schokkend Nieuws.

Iemand stoot me in het voorbijgaan per ongeluk aan. Ik blijk op het midden van het looppad te staan tegen de stroom in en met twee handen op absoluut onbegrijpelijke hoogte voor wie het wil zien. Gelukkig kijkt er niemand. Toch sta ik voor lul en ik weet dat heel zeker, dus ik bedenk iets om te roepen zoals “Mijn waterrugzak zit niet!” of “…’t Is allemaal nog een beetje wennen hè?!” Maar het hoeft niet. Iedereen loopt gewoon gezellig door.

Wat is er toch?! Waarom kijkt niemand!

Laat ik ook maar doorlopen, denk ik dan, het zit blijkbaar wel goed, niemand let op mijn verschijning en tenslotte zijn we allemaal in meer of mindere mate aankomende, stinkende bejaarden. Ik laat me daarom in mijn eigen achting stijgen, terwijl de gemiddelde leeftijd daalt als ik de sluis naar het festivalterrein nader. De strengogende bewaker blikt echter nauwelijks in mijn heuptas die ik hem toch bereidwillig voorhoud. Natuurlijk heb ik weinig weg van een zelfmoordterroriste, ondanks alles wat er dus op mijn heupen, rug en onder mijn oksels plakt, maar ja, je weet het tegenwoordig niet zo – waarom controleert de pummel mij niet?!

“Veel plezier Mevrouw!”

…Pardon?!…

Veel plezier Wie?

Wat moet ik hier nu weer mee?!

Tussen mij oren dampt het nog harder dan onder mijn oksels. Omdat ik lichtgrijzend haar heb, hoef ik nog geen etiket op mijn harses!! Mevrouw! Wat denkt de vlegel wel niet, ik had GVD zijn moeder kunnen zijn! Waar slaat dit op?!…

Waarmee ik mezelf in feite het antwoord geef. Betrapt kijk ik hem in zijn eerlijke ogen, voelend dat ik hier iets mee moet en ik zeg “Ehm… dank je jongen”. Dan recht ik mijn in de jaren 70 gevormde ruggegraat, maak het bijbehorende V-teken en ga.

Ik heb er gewoon zin in!

SCHOONZONEN.

Roisin Murphy dus, Franz Ferdinand en Roycksopp, zo noteer ik op mijn schrijfblok, nadat ik moeiteloos, maar wel met enige zenuwen mijn tentje heb teruggevonden na een lange avond. Die zenuwen sloegen eigenlijk ook niet zo op de angst voor verzuipen in dat ruime b-merksop, maar wel op de onzekerheid over mijn direkte buren. Wie zijn ze? Waar komen ze vandaan, wat gaan ze doen en vooral: hoe laat? Tenslotte scheiden slechts een paar centimeters ons van elkaar en ik heb er een vijftal om me heen. Zo is het heel opvallend dat ìk al terug ben en zij niet. Ik denk hier es over na. Het zegt iets over grenzen. En wel in die zin dat ik tegenwoordig weet wanneer ik moet ophouden. Mooi zo!

Maar een blik op mijn horloge maakt me onzeker. Eigenlijk is het niet zo laat. Zal ik teruggaan? Ik laat me achterover vallen en bestudeer het plafond van mijn tent. Wat ik zie, is slechts schimmig, dus dwaal ik af naar allemaal festivalgeluiden verderop die als tientallen kindervoetjes op een springkussen in mijn oren ploffen, dof en een beetje doelloos.

Die voetjes passen nauwelijks bij het geluid dat Roycksopp zonet produceerde. Ik glimlach.

Dat twee Noorse jongens zo liefdevol hun elektronika als sissende stoomstrijkijzers op mijn van zweet en geluiden doorweekte trommelvliezen kunnen laten neerdalen, knap hoor! Toch kreukelt het nog van binnen en ik wiebel met mijn wijsvinger op mijn ene oor. Inderdaad, de Noorse boys hebben Franz Ferdinand niet glad kunnen strijken.

Ik sluit mijn ogen.

Aarzelend geef ik toe aan een reeks voorbijschuivende dia’s, waarop allemaal plaatjes met vier leuke jongens en hun gitaren. Blijkbaar heb ik me sufgekiekt, maar wat wil je dan ook: Franz Ferdinand is Brits, maakt steengoeie rock, doet aan keurige looks maar ondertussen… “Dat ik voor zoiets gevoelig ben” mompel ik tegen het tentdoek “weet ik al jaren!” Toen begon het gesodemieter ook met de Beatles – is dat niet veertig jaar geleden? Ik schiet overeind. Voor de dia’s schuift een rimpelige hand een sepiafilter die alles bruin kleurt, van de leadzangers charmante haarlok tot en met zijn parelend witte tanden. En alsof dat nog niet genoeg is, ruitewissert een door aardappelschillen zwartgegroefde wijsvinger driftig heen en weer alsof ik in een stortbui van zondigheid ben beland. ‘T IS ALLEMAAL NIKS nee ALLEMAAL NIKS!  klinkt het ritmisch schrapend tussen mijn oren. Teleurgesteld in mijn eigen zedigheid leun ik achterover en overweeg nog de jongens in de categorie ‘ideale schoonzonen’ te plaatsen. Maar deze gedachte sneuvelt voor ik mijn kussen raak; ik heb geen dochters en mijn zoon heeft, voor zover ik het kan overzien, geen homofiele aanleg.

Ik ben alleen.

FREMDKöRPER.

Ik begin alsnog naar mijn onbekende buren te verlangen, want ergernis lijkt me een goeie remedie tegen eenzaamheid. Maar ze zijn er nog steeds niet. Ook bij de rijen glimmende wasbakken, waar ik op iets van een praatje hoop, is het rustig, zeg maar zo om de tien kranen een tandenpoetsende Lowlander. Converseren zou schuimbekkend schreeuwen worden of ik moet opvallend dicht bij een potentiële gesprekspartner gaan staan. Dat lijkt me te ziekelijk. Ik neem dan maar de meest verre wasbak vanuit een vage theorie dat die waarschijnlijk de schoonste zal zijn en besluit me gewoon aan de koude kraan te wassen. Een hete douche kost namelijk twee muntjes en als ik de wachtende rij zo zie, nodigt die niet bepaald uit tot verhitte conversaties.

Is iedereen nu al moe?

Ik besluit ze op Lowlands op een andere manier een poepje te laten ruiken, met mijn waslapje, een stukje huishoudzeep èn koud water. Dus alsof ik Syberië Zonder Oorwarmers gewend ben, duik ik onder de ferme straal. Kijk mij eens?! En ik heb er ook systeem in! Campinghygiëne is mij immers door mijn moeder met de paplepel ingegoten.

Ik kom uit een gezin waarin rubberlaarsjes ons op wegen naar wasblokken van vele campings vrijwaarden van vreemde ziektekiemen. Want nog liever riskeerde mijn moeder een geheel eigen aangekweekte voetschimmel dan Fremdkörper van een immer, zich net van een plensbui herstellend, smoezelig terrein. En daar gingen we. Zij voorop, drie kindertjes erachteraan met een tandenborsteltje in de hand, hooggeheven boven de verderfelijke campinggrond. Bij aankomst moesten we altijd even wachten tot mijn moeder de wastafel met een speciaal van tevoren geprepareerd doekje had ontsmet, zodat we er het hoogstnodige op konden leggen, maar liever niet. Ook de sleetsgewassen handdoeken belandden na een nerveuze zoektocht uiteindelijk altijd op onze schoudertjes, zijnde ‘eigen vuil’ en dus niet erg. Je kunt je voorstellen wat voor taferelen dat opleverde bij het voetenwassen. Ook nu nog, als er iets van mijn schouders glijdt, voelt dat eigenlijk nooit als een opluchting en ik draag dan ook altijd van alles met mij mee.

Maar het eindeloze geduld dat we moesten hebben voor de volgorde in op te frissen lichaamsdelen (verder kwam je immers zonder eigen badkamer niet) en vooral de systematiek hierin, het werpt precies vanavond hier in de eenzaamheid zijn vruchten af en ik ben trots. Ik doe alles efficiënt, binnen drie minuten en mijn handdoek valt niet op de grond! – alleen krijg ik mijn voeten niet meer zo op orde (dat smerige terrein ook), wat nu?

Ik zoek aansluiting. Maar van mijn voeten af naar een volgend stel patatten is het minstens zo’n twintig meter verderop kijken. Daarbij hang ik nog met één voet onhandig in de wasbak. Is het raar als ik ga roepen?

Waarom kijkt toch niemand terug?!

NIEMAND.

Zaterdagochtend is het als ik om kwart over negen besluit mijn ogen te openen. Ik ben opgelucht, maar ook ietwat ongerust. Opgelucht omdat mijn wassen oordopjes ook hier hun dienst bewezen hebben: ik sliep overal doorheen, ondanks dat ik zeker weet dat het pas om een uur of half zeven echt rustig werd. Heerlijk ook dat ik er ‘s nachts niet voor een plasje uithoefde, want wildplassen zit er gewoon niet in. Voor mijn vriend dus, bedenk ik, zou dit niets geweest zijn. Wildplassen behoort namelijk tot zijn favoriete vakantiebezigheden. Elke WC verliest voor hem zijn noodzakelijke waarde, zodra hij het milde gras van een sappige campingweide ruikt.

Nachtemmertjes zijn uitvindsels trouwens die pas deze zomer tot ons doordrongen en ietwat gemelijk moesten we op onze ANWB-stek (van het soort geen muziek na tienen, maar wel kinderen die mogen grienen) erkennen dat zoiets een zeer kiese oplossing bood voor het inmiddels op gezinsniveau genoten nachtelijkse uitstapje.

Mijn tentje helaas biedt geen ruimte voor emmers. Ik zou met mijn neus tegen het schimmelige tentkatoen hebben moeten wrijven om mij over de rand van dat ding heen te tillen en welke gek neemt er nu een emmer mee naar een festival?! Toch denk ik ineens aan een hoge, friese vlaggemast die ik gisteravond van podium naar podium zag bewegen. Daaronder moet een volslagen idioot gelopen hebben. Friezen echter, weet ik uit eigen ervaring, maken het zich graag ongemakkelijk, niets aan de hand dus, maar een emmer meenemen??

Ik zou het daar graag eens met iemand over willen hebben. “Kom op! Werk aan de winkel!” Meteen trek ik mijn kleren aan, tot ineens zo ter hoogte van mijn rok me een sombere gedachte bekruipt. Wie zou er eigenlijk ècht van opkijken als ik dat ding publiekelijk omhooghees voor een plasje tussen een stuk of 25.000 tentjes?! Wie heb ik tot vanmorgen aan toe eigenlijk gesproken?! En ik snap mijn ongerustheid.

Ik wil mijn buren zien!!

BUREN.

De tent voor mij, met de achterkant naar mijn ‘deur’ toe, herbergt twee stellen van zo rond de dertig die rustig blowend en nakeuvelend mij ergens aan het begin van de nacht weinig interessante details van zowel hun privé- als festivalleven lieten aanhoren. Het was in ieder geval slaapverwekkend, hoewel ik me toch ook behoorlijk buitengesloten voelde, nadat ze zelfs niet op mijn kuchjes hebben gereageerd. Ze klonken overigens heel tevreden, alsof Lowlands voor hen daily routine was, iets wat ik niet kan uitstaan, omdat ik al sinds gistermiddag slechts mijn mond opentrek voor het bestellen van voor mij veel te dure broodjes beenham, of biertjes –  wat ik niet wil, maar toch doe in ruil voor een enkel woord.

Waarom negeren ze mij?!

Een beetje korzelig steek ik mijn hoofd buiten de tent en kijk om me heen. Hoorde ik niet iemand aan een rits trekken? En ja hoor, daar zie ik ook de andere helft van mijn buren en wel zo op het eerste oog rustige, vlassig bebaarde jongemannen met een enkele, stevige vriendin die er moederlijk tussendoorbanjert. Ook zij dus kunnen zonder mij en doen dan ook net alsof alles heel gewoon is, met andere woorden: alsof ik er niet ben. Voor hen schijnt het interessanter, zo zal na twee nachten blijken, om met een wegwerpbarbequeue te gaan voetballen – en wel om drie uur ‘s nachts –  dan om aan mij te vragen wat mij in godsnaam bezielt hier in mijn uppie tussen de vetpuisten ontgroeide postpubers te gaan staan. Niks rustig dus!

“GOEIEMORGEN!” roep ik en hoewel ik bijna met mijn neus in iemands groezelige koffiebeker hang, kijkt de betreffende vlaskop eerst mistig over mijn lichtgrijzende haarbos heen, voordat hij besluit op bekerhoogte te kijken. “O, hoi”. Met een verrassend vlotte beweging haalt hij de beker onder mijn neus vandaan, keert me zijn melkachtige ruggerolletjes toe en that ‘s it. God zij dank weet ik nog net mijn gezicht te redden door accuut oogcontact te zoeken met de Lowlands Krantenboer (inderdaad: de krant) die net voorbijkomt en luid bellend op zijn fietskar werkelijk naar iedere halve kop die hij ziet een exemplaar werpt. En het klikt: “GOEIEMORGEN!” flapt hij in mijn gezicht, maar als ik de jongen uitbundig wil bedanken, blijkt de fietskar alweer een honderdtal tenten verder.

Ik steek mijn neus in de krant. Na tien minuten kijk ik even voorzichtig over de rand. Iedereen leest, het is vredig stil en het begint me te dagen: ik ben alleen.

Wat is daar zo erg aan?

BLESSED!

Ik voel me dus redelijk optimistisch als ik het kampeerterrein verwissel voor het festivalgras. Al was het maar, omdat ik niet met wave-handjes en dampoksels op de inmiddels met uitgelezen kranten bezaaide looppaden sta en mezelf ook niet als zodanig in de krant heb kunnen ontdekken. Of omdat ik besloten heb Roisin Murphy best apart te vinden, maar het daar verder bij te laten en me te concentreren op alles wat nog komen gaat.

Of misschien ook wel, omdat ik kan doen en laten wat ik wil…

Deze gedachte verplettert me haast en behoeft voor een ieder die een gezin heeft absoluut geen uitleg. Ik in ieder geval begrijp ineens wat het is, wat me hier zo aantrekt en begin stilletjes voor me uit van alles op te sommen in werkwoordsvormen met een groot HET HOEFT NIET erachteraangeplakt. En als ik niet van die stoere boots met geschoren benen onder een korte rok zou dragen, zou ik door de eerste, beste festivalganger zeker uitgemaakt zijn voor een godsdienstwaanzinnige, zoveel licht straal ik ineens uit.

Blessed ben ik! God geve dat ik het snap!

Want dat is dan het enige waar ik me nu toch echt zorgen om begin te maken. Dat dit gelukzalige gevoel nog niet helemaal is ingedaald en het verdorie alweer dag twee is. Waarom, bijvoorbeeld, moet ik van mezelf zo nodig iemand spreken?! Ik trek thuis de hele dag al mijn kaken van elkaar, laat staan op mijn werk! Ook ‘s nachts houd ik het zaakje met de grootste moeite geklemd in bedwang, omdat ik blijkbaar zelfs in mijn dromen nog alles en iedereen van nuttige en stichtelijk getinte instrukties schijn te voorzien, iets wat hier volledig taboe is.

Dit besef neemt me zo in beslag dat ik zelfs niet heb gemerkt allang door de sluis te zijn – maar ja, wie controleert mìj nou – zodat ik me verdwaasd hervind op een schoongeveegd festivalterrein tussen een startklaar biertentje en één of ander podium. Ik kijk in mijn Boekje. Wouter Bos, Hilbrand Nawijn en andere kletskoppen blijken hier te gaan debaten. “Debaten?!” Het flapt verontwaardigd uit mijn eigenlijk voor koffie geopende mond. Wat een gelul, hier luistert toch niemand naar, behalve dan naar muziek?! Ik schrik een beetje van mijn eigen gedachten. Bovendien had ik dit onderdeel toch echt aangekruist.

Hoe zit het nou?

Ik nip aan mijn koffie en besluit dat het waarschijnlijk iets met die jaren70 ruggegraat van mij te maken heeft – vergaderen, weet je wel! – terwijl ik eerlijk gezegd alleen maar de muzikale beest wilde uithangen. Wat zal ik dus doen?

Ik kijk een beetje om mij heen. Er stromen voldoende mensen toe. Laten zij maar een keertje.  En vastbesloten een nieuwe wending aan mijn leven te geven, keer ik om  –  oké, niet 180 graden – vanwege die biertent – dus iets minder en hé?…

Wat is dat nu weer?!

ALLEMAAL IDIOTEN.

In vrolijke kleuren boven een soort van informatiestandje flierefluitert een onbekend woord op een uithangbord met een frisse meid eronder. “De Therapeuterette. Wat is DAT nu weer?!” Ik prevel de lettergrepen op het bord voor me uit, in een poging vat te krijgen op mijn eigen ommekeer van zonet. Maar dan zakt mijn blik, omdat het frisse ding mij zowaar begint aan te spreken, uitgerekend nu ik net besloten heb met rust gelaten te willen worden. Ze lokt me met een map waarin allemaal kiekjes van aardige mensen die graag luisteren en zich als therapeut beschikbaar stellen. “Allemaal idioten”, denk ik, wat me er vreemd genoeg niet van weerhoudt, de map giebelend te betasten en er zelfs in te bladeren. Maar het meisje zwijgt  als ik haar toehinnik in mijn leven al voldoende therapeuten over me heen te hebben gehad en dat ik dus niet meer hoef, “Mag ik hem?”

Eigenlijk heb ik helemààl geen ruggegraat.

Ik blijk intussen een jonge student filosofie te hebben aangewezen en uit een kluitje – er zijn ook al zoveel mensen op de been – duikt een vriendelijk glimlachende jongeman op die mij naar één van de leegstaande hardboardkabines begeleidt en er een lichtje aanknipt, zodat iedereen kan zien dat we bezig zijn. Nog nahinnikend neem ik plaats, hij blijft glimlachen en voor ik het weet, praat ik uitbundig over mijn favoriete bands, hoe ik het ook niet kan helpen dat ik nog steeds een goeie smaak heb en toch niet met de nek aangekeken word. “Natuurlijk niet” spreekt De Glimlach wijs, hoewel de logika van deze laatste zin hem volstrekt onduidelijk moet zijn – zelf snap ik mijn woorden al evenmin.

Op het podium naast De Therapeuterette krijgt Hilbrand Nawijn net een fluitconcert over zich uitgestort van het publiek. Door hem wordt blijkbaar uitbundig heengeprikt en dat lijkt me de macht van de massa. Na een half uur echter moet het jong hìer inmiddels wel doorhebben dat ik mezelf op zijn minst al vijf keer herhaald heb en vind ik het tijd om op te stappen. Maar ik was wèl eerlijk en het lucht allemaal enorm op. Ik straal dus aan alle kanten, Glimlach doet mee, we schudden elkaars handen tot het zweet ons uitbarst en ineens begrijp ik hoe een hoerenloper zich moet voelen na een bevredigend bezoek. En het is allemaal goed, want als ik blozend van geluk door Glimlachs twee opgetrokken mondhoeken uitgezwaaid word, weet ik dat bij mij de knop eindelijk om is: ik hoef niks en als ik wat te kletsen heb, weet ik ze voortaan wel te vinden! Spoel de buren maar door de plee! Want het muntje is gevallen: iedereen gaat zijn eigen gang en daarom ìk vanaf nu ook!

Met een stevige pas laat ik me opnemen in de koele stroming van allerlei mensen. Het zijn er veel, ze zijn relaxed en allemaal op weg naar de één of andere bak heerlijke herrie.

MUZIEK dus nu! Met een biertje erbij.

With your feet in the air and your head on the ground
Try this trip and spin it
You’ll have a collaps but there’s nothing in it and you’ll ask yourself
Where is my mind
Where is my mind
Where is my mind

(The Pixies, ‘Where is my mind’ – vrijelijk geregistreerde versie, 1987)

VOOR DE DODE HARTEN:

…Oké, aan de slag: Face Tomorrow om 14.00 uur, mwoa mwoa Snel inwisselen voor Zucco 103 Dat bruist ! En wel op zijn brasiliaans O God! Rennen naar zZz –  of liever toch Brainpower? Neuhh! Hoewel?!…, maar goed: zZz Waar spelen die? Oh, in de India-tent Ben ik al moe? Waar is de WC? Nou laat ik nog maar even niet… Gut, al die plastic bekertjes op de grond… Hé, zZz! Goed man! Wie combineert er nou zo’n krankzinnig HammondOrgeltje met zo’n muppet van een drummer Ze lijken wel een kermisattraktie (Maar waarom moet ik aan The Doors denken? Want aan poëzie doen ze niet) Oeps! Het is al bijna vier uur! Ik MOET naar Apocalyptica… ach laat toch zitten met die gepolijste, opgefokte cello-look – waar is De Jeugd Van Tegenwoordig? (Watskeburt? Nou eigenlijk niks!)… Jakkes: Zita Swoon is héélumaal aan de andere kant van het veld in de Grolsch-tent  (Als ik ondertussen vijf bekertjes raap, scheelt me dat weer een muntje)… Ah Zita Swoon met zijn schuurspons-extra-soft-zanger Zo wil ik wel vaker afwassen! Mooie harmonieën hoor… Hé gut, daar loopt een collega! Nou ik bèn er vandaag even niet… Zita, alweer zo’n ideale schoonzoon Ik word nog gek… Even liggen maar niet te lang want om ehm 18.00 uur moet ik toch echt naar Vive la Fête Even een sprintje trekken dus O ja! De WC… WIE DURFT HIER TE ZEGGEN DAT IK TEVEEL WC PAPIER BIJ ME HEB?! Je weet immers maar nooit zei mijn moeder altijd Snel! Vive la Fête begint… Jezus, was DAT even bewegen-met-een-grote-B… Wat vraag je? Waarom ik die waterrugzak draag? Tegen vochtverlies, sukkel! (Goh, had ik toch nog even aanspraak) Waar kan ik zitten Ik ben toch echt even de draad kwijt en waar is Mijn Programmaboekje? SHIT! Arcade Fire – Ja hoor, andere kant van het veld… Nu heb ik wat gemist! Ik heb GVD wat gemist! Het moet geweldig geweest zijn en ik heb maar twee nummers meegekregen Nou, dan laat de Nine Black Alps ook maar even zitten Ik ga òòk zitten… O Nee, bekertjes! Scheelt weer… ehm… Verdorie ben ik echt zo? Ik durf eigenlijk niet te rapen Op mijn leeftijd! Ze denken vast “Die met dat salaris!” Maar dat HEB ik niet! O verdorie Effe dimmen Van Dam! En op tijd klaar gaan staan bij The Pixies Jawel, THE PIXIES, THE PIXIES DUS – hoe lang is dat geleden?. O zò maak je contact! Door met zijn allen vooraan te gaan staan wachten en dat een uur lang ja, dan word je vanzelf…HET BEGINT…. Allemaal de koppen dicht… Of nee juist niet……………………………………………………………………………………………………………………………………..

…………………………. Hier kwam ik dus voor…… Mijn ogen… mijn oren………………………………Mag ik slapen? Marylin Manson kan me sowieso de pot op met zijn schminkharses en lege rock-hulsels………..THE PIXIES…wow….

¤¤¤¤¤¤¤¤¤¤¤¤

MUZIEK. (Deel 2)

Je m’en fou Laisse moi

Je m’en fou Laisse moi

Je m’en fou Laisse moi

Je m’en fou Laisse moi

Je m’en fou Laisse moi

Je m’en fou Laisse moi

Je m’en fou Laisse moi

Je m’en fou Laisse moi

Etcetera

(Vive la Fête, ‘Laisse moi’ –  paroles exactement enregistrées, 2001)

Koffie bij de supermarkt Ik MOET iemand bellen Kom laat ik Peter en Ifang… “Hallo.. Ja echt super! Ja ja..ja…Ja…” En nu Els…. “Je mist echt iets.. Volgend jaar jij ook Ja ja ja.. O daar komt de Lowlandskrant ik moet ophangen”… Iedereen zit met zijn kop in die krant… Wat ga ik eigenlijk doen? Waar is mijn Pro…O daar! Nou ik ga zonder iets te plannen vandaag Als ik maarThe Queens of the Stoneage niet mis EN LCDsoundsystem (Ga ik vanavond al naar huis of morgenochtend??) Hm Laisse moi! Op naar de sluis Ja laat me er maar snel door –  Gatver, alles is zo schoon! Waar zijn de bekertjes nou??… Hm 13.00 uur Amadou & Mariam, mwoa mwoa Millionaire dan?? Hard en braaf – foute combi dus! Effe Korn bekijken Ja hoor nog harder maar eigenlijk ook niet zo schokkend meer als eerst die opgedraaide porno-rocker op zijn retour Allemaal best… Oja! Snel naarThe Editors in India Hè hè eindelijk iets echt goeds! Fragiele neuroot met Cocker-fysionomie en prachtige stem op sombere, ooit punkachtige sound (??) Weet ik veel Ze zijn gewoon oké…Waar is de Lima-tent? Cheb Balowski speelt daar om 17.30 uur Verrek heb ik alweer de WC overgeslagen En ik lust nog wel een biertje want ik heb weer genoeg verzameld Sorry Cheb even plassen… Hij is geweldig! Soepele, dikbuikige Spanjaard met zeer energieke band die werkelijk een heerlijk prutje maken van arabisch, zigan, catalaans en nog iets, maar ik weet niet wat Moet ik even opschrijven EN pauze houden voor The Queens of the Stoneage want die geven van Jetje en geef mij NU een stoel! Ik wil een broodje O mijn rug Hoe lang moet ik nog? Je m’en fou! Misschien heb ik wel pijn in mijn rug van dat rapen… Waar is mijn mob! “Peter?! Ik kom morgen pas thuis” Laisse moi! Oké??! The QUEENS OF THE STONEAGE!  (Jakkes! Loopt daar een Leerling van Mij?! Als ik ergens geen zin in heb… O zij ook niet Mooi zo!) Hé! Beginnen nu! Oeps zoiets zeg je geen twee keer tegen de Queens Nou ga ik los! WEG MET DIE KLOTE BEKERS!!………………………………………………………………………………………………………………….  Ik wist niet dat ik het in me had…………Waar is het dak? Ik ben er namelijk doorhéén gegaan! Je m’en fou!…………….Is het nog ver lopen naar T.Raumschmiere? Wat lijken die biertentjes ineens een eind weg… Ik MOET mijn hart luchten in de therapeuterette Maar ik moet ook nog souveniertjes kopen Waar houdt Ifang van? Als het maar reuze stoer… Volgens mij moet ik ook een broodje “Hoi mag ik een broodje beenham?” “Dat is dan drie muntjes! En hoe bevalt het U hier Mevrouw?” KRIJG HET LAZARUS MENS!………………………………………………………………… LCDSoundsystem LEEEEEEEEUK (en ik helemaal vooraan! Ben ik in beeld? Waar is de camera? Maar LEEEEEEEEUK!…) Ik heb het gehad Het is 21.30 uur Ik ga mijn eerste echte maaltijd nuttigen (7 bij elkaar geraapte muntjes) Geen biertjes meer Ik ben verzadigd…Waar is mijn tent?

Slapen………………………………………………………………………………….Ho maar…………………………………………… Star Wars deel zoveel on wide screen tot 01.30 uur.. Veejays and Deejays tot 04.00 uur… Gedrogeerde meiden inklusief irritante lachkick tot 06.30 uur…

En dan ook die barbequeue nog….07.30 uur: WEGWEZEN HIER!!

Advertenties

Over Switha Ro

Multidisciplinair theatermaakster met uitglijders naar Beeldende Kunst. 'De Vrouw breekt de buurt.'

Reacties

8 gedachtes over “Toen 40sters nog niet op Lowlands hoorden (09.2005)

  1. Echt waar.
    Ik doe mijn best uw verhaal serieus te beschouwen.
    Maar… hahaha… het lukt.. hahahoe… niet… whoewha.
    Sorry hoor, moet zo lachen.
    Ik hoop dat dit de bedoeling was.

    Like

    Geplaatst door Yrret | 6 maart 2012, 12:11 pm
  2. Iets met n 5 ja.

    Like

    Geplaatst door Nora van Dam | 9 maart 2012, 10:43 pm
  3. Iets met twee vijven ja.
    Als u enneagramtype 5 zou zijn. De Onderzoeker.
    Dat zou niets verklaren.
    Ben nog steeds bezig uw nickname te ontcijferen.
    Ik zoek een swith … a … Ro Shakespeareaanse betekenis.

    “Ik ploeg voort”. Een belangenverstrengeling van woorden.

    Like

    Geplaatst door Yrret | 10 maart 2012, 12:04 am

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Instagram

Autumn in 024. Visiting friends. Crazy sky there. End of Summer. These tomatoes will never become red. Two stars seem to fall down. Everything at its place. Ready to play 'Het wachten' at Buitengoed Gelderse Waarden tomorrow September 17. At 12,14 and 16 hours. Shortplay about a woman desperately waiting for her husband to come back from war. Made a selfie in just one Line at The Big Draw Nijmegen 2017. Soon my review of this event for @uitweb, #ugenda. #thebigdrawnijmegen2017
Follow getikteteksten on WordPress.com
februari 2012
M D W D V Z Z
« Jan   Mrt »
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
272829  

Sites die ik volg

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 273 andere volgers

MALOU BROUWER

REIZEN. BOEKEN. & MEER

Greet Ilegems

Author, Photographer, Master of engineering sciences, Trying to capture a dream, the poetry of earth, life...

Mirjam van Zelst

journalist en tekstschrijver

KadeGee

Sterke verhalen en bescheiden anekdotes over een leven in transit.

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

Gekwaak uit Kwakkelland

Mijn verbazing, vervoering en ontroering

Di's Storia

verhalen gedichten illustraties

Kaj zoals-ie schrijft

Scherpte, humor en tederheid

In scherpe bewoordingen

Door Adriaan Hendriks

getikteteksten

...van switha Ro...

Andere taal

(Franse) taalverhalen

traveledith

Edith op reis

Poëzie aan het Plafond

Alwaar de grens tussen Poëzie en Proza© filterdun is.

wltrrr

Onregelmatige berichten uit de wondere wereld van pers en media ter bevordering van haat en angst.

De Nieuwe S

Dennis Gaens

Toekomst

geïnspireerd worden is je de toekomst herinneren.

K's Blog

van alles en nog meer

marja wouters

in woorden

%d bloggers liken dit: