//
je leest...
Opinie & Beschouwing, Recent werk

‘Afscheidswals’ van Kundera – en ook ik kijk toe.

En ook ik kijk toe

En ook ik kijk toe

Wel vaker vormt in de romans van Kundera een badplaats met geneeskrachtige bronnen de achtergrond voor een mild-wrang verhaal. Het lijkt de juiste plek voor een mix van
– plaatselijke bevolking die de dingen gelaten neemt (of toch juist niet, zoals verpleegster Ruzena),
– kwakkelende, getergde mensen van buitenaf,
– en een vreemd soort artsenij die op bad-rituelen leunt, in stand gehouden door de top down cultuur van een regime en haar folklore.
In het kielzog van de kwakkelaars verschijnen
– familie en vrienden. In dit geval een met zijn jazzbandje passerend trompettist, want toerisme en vermaak horen bij badplaats-ellende.

De getrouwde, en daarom op voorhand getormenteerde trompettist Klima kan het niet laten om met anderen te flirten en belandt voor een uurtje of twee in verpleegster Ruzena’s armen. Weken nadien weet ze zeker dat ze zwanger is. Ze hoopt met het ontkiemende leven in haar buik Klima te strikken. Klima stuurt aan op een abortus en laveert op een scheepje vol leugens tussen Ruzena en zijn vrouw Kamila die op haar beurt jaloezie als levensbrandstof heeft. Ruzena’s stalkende minnaar Frantisek werpt zich wanhopig tussen Klima en zijn ex-geliefde.

Alle personages, het zijn er acht, nemen uiteindelijk van iets of iemand afscheid. Soms zichzelf voor de gek houdend en naar een nieuw levenspad uitkijkend, soms verbitterd, onderkoeld of mat. Eentje tenslotte laat er het leven bij.
In deze ballroom-wals kruisen de personages elkaar voortdurend. De wals dwingt een patroon af van ontmoetingen en gebeurtenissen. De ermee gepaard gaande hard-cuts in het verhaal moeten de personages wel pijn doen.

De alom aanwezigheid van de schrijver laat me nooit vergeten dat het over de anderen gaat (hij schrijft over ze in de derde persoon) en toch tilt me dit niet naar alwetendheid op. Ik ervaar de personages alsof ik naast Kundera zit op een terrasje; allebei zien we ze op weg van de ene naar de andere scène en regelmatig buigt hij zich naar mij toe en neemt me over deze voorbijgangers in vertrouwen.

Maar zodra ik een roman van Kundera lees, ontstijg ik alle gevoelens en gedachten van middelmaat. En als ik geen atheïst zou zijn, zoals Kundera zelf, dan zou ik hem als vermenselijkte God op een voetstuk plaatsen.
Zal hij, God, zich daarna verwaardigen naar mij te glimlachen? Ja, want hij ziet mij zijn troeven inzetten en deed vooraf zijn werk; ik maak het voor hem af door het te lezen. En geniet hij daarvan? Ja natuurlijk, hoewel hij beseft dat genot net zo lang duurt als een vluchtige glimlach overvleugeld door de tijd – en Kundera’s tijd is altijd beladen.

In zijn roman Afscheidswals zet Kundera zakenman Bertlef als een vermenselijkte God neer, hoewel hij hem nooit zo noemt. Ook Bertlef zelf doet dat niet. Hij is immers, eerder dan wijs, een leperd. Eentje die over zijn mannelijke bloeitijd heen is, licht kalend, grijs gelokt en met een buikje. Maar viriel genoeg om met zalvende argumenten alles en iedereen naar zijn zacht strelende hand te kunnen zetten. Het is Kundera die andere personages, en daarmee jou en mij, in lichte verwarring achterlaat door het laten oplichten van een blauwige gloed vlak vóór of nà Bertlefs verschijnen. Meestal heeft Bertlef dan net een mensvisie ten beste neergezet en het zure naar het zoete geformuleerd – gewoon om zijn eigen zin te krijgen, hoewel hij dat natuurlijk niet zo ervaart. Zo ontfutselt hij aan de ‘faunen’ (de cameraploeg die onverwacht een reportage van het vrouwenbadhuis komt maken) Ruzena, die ’s avonds met hen aan het feesten slaat met uitgerekend Kamila erbij, van wie Ruzena niet weet dat zij Klima’s vrouw is. In ieder geval de twee meest ongelukkige vrouwen in dit verhaal en op dat moment. Letterlijk grijpt hij in met charme èn met een hand om Ruzena’s pols die net in haar tasje naar haar blauw gekleurde kalmeringspillen grijpt. Ondertussen stapt uit onverklaarbare hoek een ober – tongstrelende wijn stroomt. De verstoorde faunen windt Bertlef tenslotte om zijn vinger in een geslepen dialoog van vileine naar zalvende uitspraken. En daar gáát hij dan, almachtig, met Ruzena aan zijn arm. (En ik vermoed dat hij haar meteen streelt, maar ik kijk ze bij het weggaan op de rug en zie het niet.) Overigens verschraalt met zijn verdwijnen de tongstrelende wijn. Ook de ober is nergens meer te vinden.

En ook ik kijk toe

En ook ik kijk toe

Waarom trouwens grijpt Ruzena naar haar blauwe kalmeringspillen? Omdat ze door een opmerking ineens snapt dat ze met haar rivale aan tafel zit. En is dat alles? Nee, het getouwtrek tussen haar en Klima vreet haar op.

Maar er is een tweede soort goddelijkheid in dit mild-wrange verhaal, koddiger en daarmee des te gevaarlijker. Gynaecoloog Skreta beheerst één van de lagen in het verhaal (het schimmige belang van procreatie in een communistisch-socialistische samenleving) namelijk méér dan alleen beroepsmatig. Als een geniale, snel afgeleide schlemiel hanteert hij niet alleen de inseminatiespuit, maar ook de sleutel tot het kastje der alchemie. Kundera typeert hem als een geniaal menneke met een dikke neus en een te brede mond die van pure betweterige korzeligheid op de mensheid neerkijkt om uiteindelijk medeveroorzaker te zijn van een dodelijke vergissing enerzijds en een sleep kroost anderzijds. Kundera zegent hem echter vooral met de gave van het kunnen wegwuiven; een eigenschap die past in het handelingsjargon van Kundera, zoals ook hij machthebbers kent die enerzijds leuke huisvaders zijn en anderzijds systematische moordenaars in dienst van een ideologie, en dat wegwuivend aan het einde van de werkweek. Omdat je wel moet –
… omdat je het anders zelf niet overleeft.
Hilarisch is dat Skreta, die zich als arme student nogal een weg heeft moeten zien te banen, zich uiteindelijk als adoptiezoon tussen Bertlef en diens veel jongere vrouw weet te nestelen. Bertlef heeft immers geld – en een zoon die weliswaar niet Skreta’s neus heeft, maar wèl een overeenkomstig moedervlekje boven de lip. En daarmee is deze geniale God een patjepeeër, een duiveltje.

Maar Kundera’s tijd is zeer beladen. Kostbaar – en terloops beschreven. En of je het nu een epoque noemt (bijvoorbeeld de tijd die Tsjechoslowakije onder een sociaal-communistisch regime meemaakte) of als de veel te krappe tijd die je rest om een abortus te plegen, echt leuk is de factor tijd nooit. Martin de Haan, die een nawoord bij deze roman schreef, ziet de indeling van het boek in vijf dagen als de markante stappen in een klassieke tragedie, terwijl Kundera zelf, zo De Haan, zijn werk als een vaudeville omschrijft waarin de gebeurtenissen over elkaar heen buitelen. Een komedie dus. Als lezeres ervaar ik dit zo: je weet dat er iets vreselijks gebeurt, maar je zit met Kundera op dat terras. Ondertussen neem je een slokje van het door de gerant terloops voor je neus neergezette biertje, koel en prikkelend, en je kijkt eens op je horloge, “Het is straks te laat,” zeg je. En dat is het dan ook. En het biertje smaakt. Je treuzelt met afrekenen.
Zo stap ik in de voetsporen van Jakub, oude studiegenoot en vriend van Skreta (die hem ooit uit zijn toverkeuken een zelfmoordpil verschafte), in de wijnschenkerij op stiefdochter Olga wachtend om afscheid te nemen, een verschijner en verdwijner in dit verhaal. Treuzelend en aarzelend, met achterlating van uitgerekend die dodelijke in-case-of zelfmoordpil, die hij om geen enkele geldige reden in het toevallig door Ruzena vergeten buisje blauwe kalmeringspillen stopt – nou ja: omdat ze op elkaar lijken, die pillen – en hij daar toevallig ging zitten om de tijd te doden tot Olga’s komst, nadat Ruzena en Klima na een moeizaam gesprek voor Jakub (en mij) zichtbaar emotioneel het café verlieten.
Nee, Jakub had niet gerekend op Ruzena’s terugkomst en op het boze, ongeduldige terugeisen van het buisje. Nee, Jakub is geen moordenaar ( – of toch wel? Omdat hij nadien zo halfslachtig te werk gaat bij het ontfutselen van die ene, dodelijke pil tussen al die andere.) En ja, de tijd drong, maar liet zich ook uitstellen omdat Ruzena, door Bertlef verleid, eerst nog her finest hour beleefde.
Jakub, verdwijner, zal nooit weten of Ruzena nog leeft, maar zelf leeft hij doodgeslagen voort – de fut is uit het communistisch-socialistische land dat hij verlaat, en uit hem. Want hij blijft er uiteindelijk toch onderdeel van – of toch niet? In gedachten laat hij Skreta’s talrijke nageslacht slechts voorbijgaan, maar niet tot hem doordringen. Er iets tegen doen (er iets over zeggen) doet hij evenmin. Wat doet het er toe? Is hij te laf? Is de lezer laf??

eot kjik ki koo nE

eot kjik ki koo nE

Ik ontstijg alle gevoelens en gedachten van middelmaat als ik Kundera lees. De vraagt rijst of dit wel zo prettig is. Overal stuit ik als toekijkend medeplichtige op de wijzers van Kundera’s klok. Ze verschijnen aan mij als de vormeloze, uitgevente vrouwenlijven op leeftijd die in de badplaats kuren in de hoop op een ontvankelijkere baarmoeder, of in het peinzende, getergde wachten van Kamila’s door jaloezie uitgeputte lichaam. Of als een vergeetachtige Skreta die gerust zijn praktijk uitwandelt en de smachtende vrouwenlijven in de wachtkamer in hun vrees-zweet laat plakken. Ook de hilarische neergezette goddelijkheid van Bertlef druipt van vergankelijkheid en onmacht. Hij is weliswaar meester in uitstel en camouflage van ouderdom, maar daarmee is hij nog niet God; zijn ferme handgreep om Ruzena’s pols was immers geen afstel. Of tenslotte verschijnen de wijzers van de tijd mij zoals Jakub, die bijna landerig zijn vertrek uitstelt waardoor als bij toeval voor Ruzena het gordijn definitief valt. Of, misschien nog het ergst, zoals voor Frantisek, die denkt dat hij de oorzaak is van Ruzena’s ‘zelfmoord’. Voor hem staat de tijd voor altijd stil. Dat is geen fijn vooruitzicht.

Advertenties

Over Switha Ro

Multidisciplinair theatermaakster met uitglijders naar Beeldende Kunst. 'De Vrouw breekt de buurt.'

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Instagram

Autumn in 024. Visiting friends. Crazy sky there. End of Summer. These tomatoes will never become red. Two stars seem to fall down. Everything at its place. Ready to play 'Het wachten' at Buitengoed Gelderse Waarden tomorrow September 17. At 12,14 and 16 hours. Shortplay about a woman desperately waiting for her husband to come back from war. Made a selfie in just one Line at The Big Draw Nijmegen 2017. Soon my review of this event for @uitweb, #ugenda. #thebigdrawnijmegen2017
Follow getikteteksten on WordPress.com
juli 2015
M D W D V Z Z
« Jun   Okt »
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
2728293031  

Sites die ik volg

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 273 andere volgers

MALOU BROUWER

REIZEN. BOEKEN. & MEER

Greet Ilegems

Author, Photographer, Master of engineering sciences, Trying to capture a dream, the poetry of earth, life...

Mirjam van Zelst

journalist en tekstschrijver

KadeGee

Sterke verhalen en bescheiden anekdotes over een leven in transit.

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

Gekwaak uit Kwakkelland

Mijn verbazing, vervoering en ontroering

Di's Storia

verhalen gedichten illustraties

Kaj zoals-ie schrijft

Scherpte, humor en tederheid

In scherpe bewoordingen

Door Adriaan Hendriks

getikteteksten

...van switha Ro...

Andere taal

(Franse) taalverhalen

traveledith

Edith op reis

Poëzie aan het Plafond

Alwaar de grens tussen Poëzie en Proza© filterdun is.

wltrrr

Onregelmatige berichten uit de wondere wereld van pers en media ter bevordering van haat en angst.

De Nieuwe S

Dennis Gaens

Toekomst

geïnspireerd worden is je de toekomst herinneren.

K's Blog

van alles en nog meer

marja wouters

in woorden

%d bloggers liken dit: