//
je leest...
Opinie & Beschouwing, Recent werk

De euvele moed van Marguerite Duras.

Foto van video in Fórum Eugénio de Almeida - exposiçao - Evora

‘Everything is going to be alright’, Guido van der Werve, nummer acht, Fi, 2007 – Foto van video in Fórum Eugénio de Almeida – exposiçao – Evora

L’audace!
De euvele moed … (het uitpuilende dossier) …

Geen moed der wanhoop waarmee ze schrijft, Duras, nee. Hoewel dit één van de eerste reacties zou kunnen zijn op de stromende gedachtegang van haar geest, een gang langs haar jeugd in Indochina met een hysterische, agressieve moeder, een wrede oudste broer en een incestueus geliefde jongere broer. Indochina, een gekolonialiseerd land, feodaal, te heet om te relativeren, tenzij met schetterende, rauwe humor. Dan woekert haar geest langs de rafelranden van de Tweede Wereldoorlog, kotsend beroerd als ze is, ziek wachtend op de terugkeer van haar gedeporteerde man, en daarna scheert ze met haar uitgesponnen zintuiglijke waarneming langs een geïnterpreteerde, zich gewenste (of niet gewenste) weergave van het doorsnee leven, en daarmee een leven in de Rue Saint-Benoît te Parijs (de gesprekken tussen conciërges Mme D. en F., de straatveger en Mlle D; de dagelijkse waardigheid ijkend langs deerniswekkende vuilnisemmers) tot op de millimeter precies wikkend wat dat leven dan is, een mogelijk leven dat werkelijk beschreven wordt. Dan nog langs de gierende randen van de liefde (de strontzooi uit haar nagenoeg dode, vlinderlichte man die klaarblijkelijk uit de oorlog terugkeerde) – de woorden die ze in een gestage stroom laat vloeien, of beter: zachtjes uit een tube pasteuze verf knijpt en die ik met open mond voor mijn ogen uitsmeer, gewoon met de vingers.
Nee, geen moed der wanhoop. (Mij wordt trouwens niet duidelijk wat voor een soort liefde er overblijft na de weerzinwekkende taferelen rond een halfdode, maar zich niet bewust van zijn sterven zijnde man, die zichzelf zeven keer per dag leeg schijt en die je verzorgt, waarschijnlijk omdat dit nu eenmaal de dingen zijn die je doet. Ik bedoel: dat kàn niet meer, hem liefhebben zoals eerst in hun ongeschonden bestaan, hoewel Duras haar leven niet anders lijkt te kennen dan geschonden. Dus ze krijgt hem geschonden terug, want hij krabbelt uit de dood gewoon weer op. En toch dat mededogen…) En dus toch dat mededogen. *)

Daarom evenmin genadeloos, nee, zo niet. Haar haperende pen – zoals zij het echt zelf zegt, haperend, ik durf zoiets niet te zeggen – die pen maakt me ontvankelijk. En ik moet nu maar hopen dat ik genoeg rek heb om dit aan te kunnen (maar die rek heb ik), en wat bedoel ik nu met ‘dit’? Want hoe recenseer je iemands momentane gedachten, de rauwheid van een ongecensureerde blik, hoeveel rauwer wil je het nog hebben als je op de rand van dierlijkheid balanceert en waar bemoei ik me toch mee?! Wie gaat het aan?! Deze vrouw! Met dat leven …
Alles, alles zet ze om in stromen tekst, nagenoeg alinea-loos: haar bladspiegel is een volgeschreven rechthoek, (zijzelf loopt over, had ik dat al gezegd?) Het boek dat haar cahiers bevat in maximaal nagestreefde neutraliteit, tout sec, met een beredeneerde ordening door de uitgever, tenzij juist de uitgever met de moed der literaire wanhoop redeneert om de cahiers recht te doen, dat boek barst uit zijn voegen omdat Marguerites gedachten stromen en niet ophouden.

Ik vond Marguerite Duras – zelfportret van een wild meisje, Cahiers 1943-1949 hier, in het lange, witte, zonovergoten huis. De rug stak benauwd en overduidelijk uit. Mijn oog gleed eerst nog over een hele rij van ruggen en viel er toen pas op. Ik moest het pakken, ging er met mijn hand overheen. Het boek spreidde zich vanzelf, verdeelde zich in twee oneven helften en ik haalde opgelucht adem. Geen idee meer wat ik precies als eerste las na de titel en wat me nu zo trof; soms weet je gewoon dat het klopt. Maar wat is ‘het’?!
Ooit studeerde ik vreemde talen en natuurlijk komt dan ook Duras voorbij. Vrij jong raakte ik vol van, het liefst, moeilijke romans en bracht ik het met een grote hardnekkigheid (wat is doorzettingsvermogen anders dan hardnekkigheid?) op om gefascineerd te raken zonder de dingen altijd te begrijpen. Döblins expressionistische Berlin – Alexanderplatz, In de naam van de roos – van Eco: taai, Mann’s melancholische en vertakkende zinnen in Die Buddenbrooks, hoe moeilijker hoe beter – wat wilde ik bewijzen en kon ik dat toen ook? Bewijzen? Mezelf? Toen, in die tijd, nog twijfelend aan het in te vullen begrip ‘toekomst’ (onbereikbaar door de last van onzekerheid en desondanks mezelf als zelfstandig wezen lancerend in een oppervlakkige studententijd, wilde ik wel iets bewijzen, en bij gebrek aan medestanders, las ik waarschijnlijk niet meer en minder dan om bijzonder te zijn. Op zijn minst voor mezelf. Want precies dat was me met de paplepel ingegoten, dat ‘wij’, als gebroken gezin zonder al te duidelijke vooruitzichten, heel bijzonder waren. Moeder sprak dan in de majestatis pluralis en dat leverde bijvoorbeeld op dat ‘wij’ niet goed in sport waren, wel enorm muzikaal en potentiële schrijftalenten waren ‘wij’ –  ook, met een later door ‘ons’ kinderen extra ingenomen positie richting beeldende kunst. Misschien uit pure ontwortelingsdrift? Want het is nooit ècht wat geworden…

Overigens las ik Duras nauwelijks in die eerste zelfstandige jonge jaren. Hiroshima – mon amour, wat moest ik er mee? Ik denk dat de ijle status die de film er toentertijd aan gaf me tegenstond. (Ik las liever degelijke, complexe Duitsers – wat eveneens ingegeven door mijn herkomst bleek. Mijn ouders (inclusief vader dus) bejubelden het Germaanse! Wat een lef, ja welke voorouder heeft hen eigenlijk zo bezield?)

Maar daar ben ik dan! Bij een besef. Want hoewel ik me niet kan meten aan wat Duras denkt en schrijft, sloeg vooral haar beschreven jeugd in Indochina als een bom bij mij in. Er was herkenning. Hoewel ik nooit heb hoeven meemaken wat zij meemaakte, die Don Quichot-moeder van haar, in een land waar je geleefd wordt door:
– insecten,
– wilde dieren,
– zinderende rijstplantages,
– stuitende armoe,
– klassenongelijkheid waar toch ook zij als lelieblanke Fransen (die waren daar toch de overheersers?) last van hadden.
En dat alles in het exotisch schetterende licht van de tropen, en toch voel ik, calvinistisch polderkind, een overéénkomst: die woekerende impregnatie van ingewikkelde ouders en de wijze waarop ze je zo een slinger van jewelste geven op je levenspad – ‘wij’.

De euvele moed die ‘ik’ heb…

In Marguerites geval was de strijd om het dagelijks bestaan bepaald door een enorm overschattingsvermogen van haar moeder, die haar kind liefhad, maar haar ook aan gort sloeg, een weduwe die een bestaan probeerde op te bouwen, letterlijk tegen de keer in. Ik bedoel maar, hoe bouw je vanaf je huis op palen een dam tegen de oceaan zo ongeveer met je blote handen?! Hoe heb je lak aan conventies niet uit idealisme maar uit overlevingsnood? (Duras’ kledij moet een gedateerd exotische aanfluiting geweest zijn.) En hoe open en bloot leur je met je dochter bij een puissant rijk inheems lulletje rozenwater om daar enerzijds gewin en anderzijds een zorg minder aan te hebben? Hoe krijg je het voor elkaar om je oudste ook toe te laten in de afranseling van je jongste? Hoe?!

Maar wat me het meest intrigeert zijn dan juist de slogans die zij als kind en jongere met de paplepel ingegoten krijgt. Een aantal keer in het verhaal beklaagt moeder zich en besluit dan telkens met ‘… en het houdt niet op!’ en later, dat weet ik, als in koor zing je de ouderlijke slogans altijd na. In koor, in je hoofd in koor – hele generaties koren zwermen daar. En het duurt een eeuwigheid voordat ze slijten, die slogans. Een enorm blok beton zoek je daarom, zoals je die onderin in een wasmachine plaatst, opdat het zich tijdens het centrifugeren niet naar de gallemiezen slingert, een blok met het enig juiste gewicht zoek je – je zoekt ernaar eerst zonder het door te hebben, tot je van de rugpijn beseft dat je dit doet omdat je niet anders kan, maar het verslijt je wel in rap tempo. En dat het ergens liggen moet, op zich laat wachten of nog gegoten moet worden – met kramp in je darmen zoek je steeds verbetener, omdat het tegenwicht op de gram precies gelegd moet om niet door te slaan, en als het toch doorslaat, dan de schade die je veroorzaakt voor de volgende generatie te beperken tegen dergelijke, alles smorende dooddoeners.

Wat Marguerite niet allemaal naar haar hoofd geslingerd krijgt, nee: wat elk kind niet naar zijn hoofd geslingerd krijgt, ‘… en het houdt niet op!’ Veel ergere dingen nog, waar ik niks over zeg omdat ik anders aan de essentie voorbij ga. Iedereen heeft tenslotte ouders, nog levend, al dood, altijd al dood, liefhebbende, elkaar hatende, minkukels, heel gewone et cetera. En ze schreeuwen allemaal wel eens, of doffen de kaars met een dooddoener uit. Wat geef je dan je kinderen mee? Alles, alles wat nodig is bij dat ene leven, dat van diegene, wat hem en haar past – op de gram precies en toch weer uitschietend, ‘… en het houdt niet op!’ Taal, de kernachtigheid, haar slogans, ze zijn bepalend en nergens goed voor. Totdat je losbreekt in een stroom van woorden, alinea-loos, in rechthoekige bladspiegel zoals in de cahiers van deze Duras. Haar durf, die euvele, rauwe en wonderschone moed … en dat ze niet ophoudt in de betere zin van deze woorden. Om te redden wat er te redden valt, nee: om te zijn wie ze is, of toch niet?

Aan het eind van het boek dat uitpuilt, is nog één herinnering aan haar jeugd die ze noteert. Ze beweert dat ze haar jeugd niet meegenomen heeft. Letterlijk kon ze ook niets meenemen zegt ze – er is niets meer (geen huis, geen tuin, er waren nooit vriendjes) maar het lijkt of ze zeggen wil dat ze evenmin die zet heeft gevolgd van de slinger die haar ouders haar meegaven. Ik weet het niet. Haar blok beton moet in ieder geval enorm geweest zijn, enorm. Met kerven, inscripties, ach: sloten woorden. Wat een moed!

*)
Bij enig naslag bleek me, dat de verhouding eigenlijk al stuk was vóór hij terugkeerde. In de verhalen na zijn herstel figureert hij echter in vakantiebelevenissen met haar nieuwe geliefde nog steeds – als een lief te hebben koosdier.

Marguerite Duras – zelfportret van een wild meisje, Cahiers 1943-1949, Meulenhoff 2007, vertaling: Marianne Kaas – Cahiers de la guerre et autres textes, P.O.L./Imec, 2006

Advertenties

Over Switha Ro

Multidisciplinair theatermaakster met uitglijders naar Beeldende Kunst. 'De Vrouw breekt de buurt.'

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Instagram

Summertime, time to read and think about what you've read. Love those non-picture subjects. This one I made standing on a chair, looking through our new window under the roof top. Still life with scooter and long distance sculpture, right in the centre. My daily view when I leave school. In my backgarden. Limoncello in nispero colors. We talked and dreamed about it, those endless harvests of nispero fruit in Spain, with good friends. Remembering Spain, Callosa & Valencia 😊. Hole in the tree. Nervous birdy-noise came out of it.
Follow getikteteksten on WordPress.com
juli 2015
M D W D V Z Z
« Jun   Okt »
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
2728293031  

Sites die ik volg

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 267 andere volgers

MALOU BROUWER

REIZEN. BOEKEN. & MEER

Greet Ilegems

Author, Photographer, Master of engineering sciences, Trying to capture a dream, the poetry of earth, life...

Mirjam van Zelst

journalist en tekstschrijver

KadeGee

Sterke verhalen en bescheiden anekdotes over een leven in transit.

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

Gekwaak uit Kwakkelland

Mijn verbazing, vervoering en ontroering

Di's Storia

verhalen gedichten illustraties

Kaj zoals-ie schrijft

Scherpte, humor en tederheid

In scherpe bewoordingen

Door Adriaan Hendriks

getikteteksten

...van switha Ro...

Andere taal

(Franse) taalverhalen

traveledith

Edith op reis

Poëzie aan het Plafond

Alwaar de grens tussen Poëzie en Proza© filterdun is.

wltrrr

Onregelmatige berichten uit de wondere wereld van pers en media ter bevordering van haat en angst.

De Nieuwe S

Dennis Gaens

Toekomst

geïnspireerd worden is je de toekomst herinneren.

K's Blog

van alles en nog meer

marja wouters

in woorden

%d bloggers liken dit: