//
je leest...
Recent werk

Terugval.

Bekijk de dramavlog: ‘Biotoop (Terugval)’ Of lees het verhaal hieronder.
Uit ‘Bouwvallig’, werktitel voor een verzamelingen verhalen over verschillende waarheden. Aflevering waarin de kleine Rosi grip op haar wereld probeert te krijgen door woorden op gevonden papiertjes te verzamelen. Tekst, opname en montage in Obras, Evoramonte, Portugal.
Kijktijd: 20 min, leestijd: 12 min.

Vandaag mag ik met mijn nieuwe rubberlaarzen naar buiten. Ze zijn donkerblauw en aan de binnenkant met iets ruws bekleed. Ik ga proberen ze zo lang mogelijk schoon te houden. Want de eerste klodder op je nieuwe laars kan je wel afvegen, maar nieuw is dan meteen voorbij.
Dit is wat ik ga doen:
– het vies worden van mijn nieuwe rubberlaarzen zo lang mogelijk uitstellen, en
– toch niet teleurgesteld zijn zodra Het gebeurt.
Ik denk dat ik het wel red, knoop in mijn oren:
nieuw wordt oud, en soms heel snel: nieuw wordt oud en soms heel snel wordt nieuw oud, snel, BAM!
Alles wat nieuw is, dat weet ik best, ga je een keertje gebruiken. Ook je etensbord, vanboven, maar dat is wat anders: juist om je kleren niet te bederven móet je je bordje vuilmaken.

Gister schreef ik een nieuw woord op een papiertje. Ik heb het vier keer gevouwen en in een kier tussen de plint en het zeil in onze slaapkamer gestopt. Daaroverheen schuif ik ons nachtkastje terug. Op het nachtkastje horen drie leesboeken van Hanna en mij. Eerst:
Pinkeltje, dan
de Bijbel voor de Jeugd en dan
Furie, het paard.
Pinkeltje ligt onderaan en nu is het goed, zoals het was.
Die woorden zo, dat is mijn geheim. En ze blijven beter bij me op een papiertje dat ik zomaar ergens vind. Dit woord staat op het wit van een rolletje Top Drop, ik bedoel de wikkel. Het lag na de kerk op de trap omlaag naar buiten. Ik kan heel snel bukken, snel oprapen en dichtvouwen, en het krulde toen ik het thuis weer openvouwde, en daarom is de wikkel van Top Drop, speciaal.
Ik schreef dat nieuwe woord precies in het midden en vouwde het wel vier keer. Want op bezoek bij papa’s en mama’s in andere plaatsjes verderop, die precies op die van ons lijken, zeiden die, die papa’s en mama’s van dáár, die zeiden juist dat woord. Net toen ik even om een koekje kwam, moe van tikkertje spelen met de kinderen, van dáár, of van hier toen ik daar was, in ieder geval niet mijn broer en zus – maar we leken ineens zo veel op elkaar. Net als hun huis op het onze, maar dan in spiegelbeeld. Alles was er, maar dan omgekeerd, net zoals ik dit zeg: er was alles. Dat lijkt hetzelfde, toch?
Precies toen ik op de drempel van hun woonkamer stond, en de verkeerde kant opkeek, spraken die van dáár Het Woord uit, en daarna werd iedereen stil en keek naar mij. Net zo stil als een steentje werden ze, zo’n steentje in papa’s poel. Het plonsde naar de bodem. Dat je het alleen nog maar zag en het zonk, en dat de plons toen verdween.
Stom steentje.
Ik zag het stille zinken heel erg lang duren. Alle papa’s en mama’s bleven als eendjes op het water ja-knikken, zo lang dat ik vanbuiten begon te huilen. Toen pas wipte uit de eendjes mijn moeder op en zei, ‘Neem me niet kwalijk,’ ik dacht ze zegt het tegen mij. Maar ze nam me met een rukje aan mijn pols mee naar de badkamer. Met een speciaal soort glimlach vroeg ze of dat ook mocht. ‘Neem me niet kwalijk, vind je het goed,‘ zei ze, ‘als ik mijn jongste in jullie badkamer doe?’ ‘Oh ja hoor, graag zelfs,‘ zei die van daar, ‘waar hebben we deze luxe anders allemaal voor?!’ Waarop de papa’s begonnen te lachen. Precies zo hard dat het stomme steentje op de bodem er een klein beetje van begon te bewegen. Mooi dat mama samen met mij daarna fout liep… ‘Verdikkeme nog ân toe,’ zei ze. ‘Alles is in spiegelbeeld mama.’ ‘Wat zég je nou?!’ ‘Ze lijken op ons.’
En ik begon opnieuw vanbuiten te huilen.
(Je wilt natuurlijk zeggen dat ik ook deze luxe op een papiertje moet schrijven. Nou, ik heb die allang ergens staan. Ik schreef het op de binnenkant van papa’s lege pakje vloeitjes. Ik rits die soms uit, om en om gaan ze, voor papa z’n sjekkies. In het lege kartonnetje schreef ik met koeienletters D E E – Z E  L U U – K S E op. Toen vouwde ik het dubbel en stopte het in een kiertje weg. Ik weet niet eens meer waar, en dat is fijn. Als ik niet meer weet waar, zit het nieuwe woord voorgoed in mij.)
In die badkamer was alles yoghurt-met-vla kleurig op glimmende tegeltjes. Ik riep: ‘Oh!’ terwijl mama mijn ondergoed naar beneden trok. Ze dacht dat ik het in mijn broek had gedaan maar nee, en ze begon te mopperen. Om haar af te leiden vroeg ik wat voor een woord Dat Woord wel niet was wat ik net hoorde op de drempel van de woonkamerdeur waardoor iedereen meteen stopte met praten, maar wel met het hoofd knikte. Daarop kreeg ik een pets én haar wenkbrauw-die-waarschuwt: vlak voor mijn ogen vloog die aan één kant van mama’s gezicht een flink eind omhoog. Ik schrok. En toen,
kon ik alleen nog maar vanbinnen huilen.
Ik wil je best vertellen hoe zoiets bij mij gaat,
dan druppen de tranen:
– door mijn keel
– naar mijn buik toe en in een
– rond kommetje eronder
worden ze troost-vol opgevangen.
(Die schreef ik al eerder, op een luciferdoosje. Ik ben het kwijt.)
Zaten we eindelijk in onze Opel Olympia, moest papa extra voor mij langs de kant van de weg. Ik piepte, ‘Pap, stoppen nu,’ wat hij wel kon maar niet zomaar wilde. Waarop mama hem maande met haar hand op zijn arm aan de pook, ‘Weet je nog?!’: Dat Woord.
En het was zomer, in de Opel zoemde een vervelende vlieg.
Verder hield mama haar lippen stijf op elkaar. Misschien omdat ze me straks van de achterbank over Abe heen naar buiten moest tillen? Met mijn billen bloot bungelt ze mij al snel boven het gras, het kommetje gaat om, en het loopt leeg en het houdt maar niet op. ‘Mag ik ernaar zwaaien?’ Keihard moet Abe lachen. Van de achterbank rolt hij uit de Opel over het gras, in mijn tranen, Há! Maar daarna is iedereen boos op mij.
Misschien dat het daarom duurde? Dat Woord, voor ik het op een papiertje ving.
Ik schreef het pas zaterdag op, ná de melkboer die, op zijn kar gezeten, met de rug de straat uitreed. Hij brengt ons, als laatste in de ééntonige rij huizen, vijf flessen onder vijf zilveren doppen, klokslag. Vaste prik roept papa of hij, naast yoghurt en vla, de chocola niet vergeet, voor Het Weekend. Daarna dus klaar en beiden rechtsomkeert (papa ons huis in): waarmee ze de hele straat vertellen dat het bijna zondag is, ieder weekend opnieuw.
Iedereen moet meedoen: de was van de lijn, het gebraad in de pan, een doek over de tv. Ons speelgoed hier, mijn jurk moet daar, de kniekousen gestreken, de muntjes geteld, de vloer gedweild, de schoenen, die schoenen, alle schoenen gepoetst. Alvast een toetje in de maak, allemaal. Hoe ik dat weet?! – Ga jij eens om een kopje suiker Bij wie dan mama Nou gewoon even bij de buren links of rechts Begin maar links Maakt het dan niet uit En kan het ook achterom Kind toch Van die vragen – ‘Mag ik nog even steppen?’ ‘Niet vallen en vies maken.’ Wat niet? Ik kijk eerst naar mijn handen en dan naar mij knie – maar Rosi Dat Woord –  de tweede keer was onder de douche.
Papa ging douchen in onze badkamer met grijze stippels. Als hij terugkomt van de soldaten, kleedt hij zich daar uit en praat over de dag. Of eerder is het mama die praat en ondertussen droog wil blijven. Ik bedoel, zij sproeit hem helemaal onder en staat met een handdoek klaar. Ik liep toen net stiekem naar boven en verstopte me achter de badkamerdeur – en in andere badkamers verstopte zich Isor Ik zweer het je Rosi Hè Rosi?! –
Oh ja, de gewone dingen zeggen ze zo:
– ‘Waarom zei de dominee dat volgens jou zo?!’ (En langer en langer en nog langer dan lang waarop papa niets zegt), of over
– ‘Kan je het eten wat sneller klaargemaakt hebben als ik thuiskom?!’(Alleen dat. Waarop mama langer en langer en nog langer dan lang wat zegt), maar ook over:
– ‘De vuile was die Roosje me bezorgt.’ ‘Hm…’ ‘Wat is er toch met haar?!’ ‘Hem hm…’ En toen zei papa, ‘Dat lijkt dan toch echt,’ en nu komt het,’ op een te-rug-val?’ Oh! Ik dacht oh! – Ho! – maar dat dacht Isor. Toen viel papa’s zeepje, en de douche huilde, bakken uit de hemel voor mij in de plaats.
Maar ik moest dus opschieten, anders wisten zij meer over mij dan ik vind dat zij mógen weten. In het zeepje dat viel, en in papa en mama’s luidruchtige bukken – Hè verdorie God nog ân toe Kijk toch uit waar je je voet zet Hè HÈ – sloop ik onmiddellijk weg en zocht naar wat te schrijven. Beneden, wist ik, lag mama’s boodschappenlijstje. Dan maar zoiets, Het Woord moest nu meteen ergens op. En dubbelgevouwen. En vier keer. Maar toen ik het lijstje vond, alsof het voor me klaarlag met een pas geslepen potlood ernaast, wist ik niet hoe ik het moest spellen. En ik kon het niemand vragen. Niemand kent mijn taal. Nee, ook Isor niet! – mijn taal kent niemand Rosi ook niet –
Als ik iets weet wat niemand weet, dat is pas knap. Je bént al iedereen, en iedereen weet wel wat erin, erop en er niet naast hoort. Vanbinnen, dat weet iedereen, mag de wc-pot vies en daarna trek je hem door. Een bord mag alleen vanboven vies, weet iedereen, en daarna was je het af. Vanbuiten, iedereen weet dat, mag je wel huilen en daarna maakt een zakdoekje je gezicht en je handen schoon. Maar niet te vaak en vooral niet op visite, en op de drempel van het spiegelhuis waar we waren bij de mama’s en de papa’s en ik de verkeerde kant opkeek, waardoor Het Woord me overviel, daar óók niet. Had ik mezelf maar meegenomen – Rosi?! –
Bij ons thuis doet de stofzuiger het goed, zegt mama, en buiten doet het de bezem het beter, zegt papa, Iedereen, echt iedereen weet dat. Iedereen is overal, en vooral hier in de wijk waar ik woon op een rijtje, in een rij, één twee drie. Speel je buiten, neem je een step. Van de straat neem je een step. Hij is ook al blauw, net als mijn rubberlaarzen, en kan op zijn achterwiel draaien als een tol. Zal ik hem meenemen? Is ie van mij? Ja, nee, misschien ja, nee misschien, ja – weet je wat Neem hem mee voor Isor – Oh ja! Donkerblauwe rubberlaarzen. Niet iedereen heeft ze, waarom ik wel?!
Ik en Isor, wij weten van het kommetje onderaan mijn buik en vanbinnen – geen wc-pot in de buurt Kan jij ook niet helpen –  Maar als Abe en Hanna boos op mij zijn – als ze dat zijn – omdat de auto moet stoppen – je kan het niet helpen – is het ’s avonds laat geen feest onder onze tent van dekens en lakens. In bed met onze gebedjes klaar en toegestopt, verdwijnen papa en mama achter het licht boven de slaapkamerdeur, ik kijk van het bovenlicht naar omlaag, over de deur van bordkarton, ook bij de buren van de buren van de buren van, en weer terug naar mij in onze slaapkamer. Daarna, papa en mama achter het bovenlicht verdwenen, zijn Hanna en Abe de baas. Eén keer had Abe bijna een kiertje ontdekt. ‘Wat ís dat? Wat ís dat daar?’ en hij wees. Het was dat Hanna net met één van haar spookverhalen begon. Toen vergat hij wat hij zag. Gelukkig.

Vandaag mag ik mijn nieuwe, donkerblauwe laarzen naar buiten. Met papa ga ik eropuit. Dingen die onder je zolen plakken tellen niet mee en regen ook niet. Maar als je je hak uit de modder trekt en er dan een klodder op floept, als op het spatbord van je donkerblauwe step, dat wel.
Ik ben zo blij dat ik om papa heen dans. Hij grinnikt en grommelt door elkaar, en of ik hem alsjeblieft z’n laarzen aan laat trekken, roep hij. Maar hij lacht – hij lacht Rosi – daarna stappen we op onze fietsen. Mama roept nog of ik moet, ik heb het níet gehoord. Papa probeert nog even om te keren, ik ben de straat al op: nu móet hij mee. We fietsen naar de hei en de moerassen, keihard. Dat Woord, van na de plons, het steentje in het water, maar ook vóór papa’s zeepje viel in onze badkamer met grijze spikkels, zit nog steeds niet in mij. Is het vrijdag vandaag? Dan heb ik nog één dag.
Op de hei in het zand schrijft papa zoiets raars, ik heb ik nog nooit gezien. Eerlijk gezegd kan ik zijn letters niet lezen, het is dat hij ze uitspreekt: bie-joo-toop zegt hij. Eerst ben ik stil. ‘Waarom,’ vraag ik, ‘waarom papa, schrijf jij zo’n moeilijk woord in het zand?’ Hij zegt, hahá en wijst met de stok van links naar rechts en weer terug om zich heen. ‘Een biotoop,’ vertelt hij, ‘is een stukje uit de wereld waarin alles op elkaar lijkt. Nou ja, niet helemaal,’ zegt hij, ‘maar het is een stukje dat geschikt is voor sommige plantjes en dieren en andere weer niet.’
Maar ik was al gestopt met luisteren. Na waarin alles op elkaar lijkt hou ik mijn adem in. Ik schrik me dood en zie voor me:
– straatstraten,
– woonkamerkamers,
– dorpdorpjes en
– heel veel blauwe stepsteppen en nog meer donkerblauwblauwe laarzen,
alsof ik in zo’n dubbele spiegel kijk die niet ophoudt – je moet ervan plassen – ik pis in mijn broek, ai!
Pap praat maar door en wijst allerlei plantjes aan. Ik heb een trommeltje bij me en hij tikt op mijn schouder, er moet denk ik iets in. ‘Hé Rosi, hé, hé! Waar zit je met je gedachten?’ Maar ik sta met de wind mee zodat hij de weeheid niet ruikt. Ik heb een majo aan met dik gebreide banen, van mijn lies over de binnenkant van mijn dij, in de holte van mijn knie naar mijn kuit. Dat voel ik nu, die banen, omdat ik lek! In mijn laars.
Dit is wat ik deed:
– het vies worden van mijn nieuwe rubberlaarzen zo lang mogelijk uitstellen, en
dit is wat ik probeer:
– toch niet teleurgesteld zijn zodra Het gebeurt. Ik dacht dat ik het wel redde:
nieuw wordt oud, en soms heel snel, BAM! alles wat nieuw is Rosi dat weet je best ga je een keertje gebruiken –

Ik schreef het pas zaterdag op, ná de melkboer die, op zijn kar gezeten, met de rug de straat uitreed. Hij brengt ons, als laatste in de ééntonige rij huizen, vijf flessen onder vijf zilveren doppen, klokslag. Vaste prik roept papa of hij, naast yoghurt en vla, de chocola niet vergeet voor Het Weekend. Daarna dus klaar en rechtsomkeert: waarmee ze de hele straat vertellen dat het bijna zondag is, ieder weekend opnieuw.
Ieder weekend opnieuw. Waarmee ze de hele straat vertellen dat het bijna zondag is. Rechtsomkeert en daarna dus klaar. ‘Vergeet de chocola niet voor Het Weekend.’ De yoghurt, de vla. Papa: vaste prik. Klokslag de melkboer onder vijf zilveren doppen de flessen. Daarna de kar en zijn rug de straatstraten uit. Toen liep ik achterstevoren en schreef ik te-rug-val op. En iedereen deed mee:
– ejteot nee tsavla
– schoenen die, de en alle: vies,
– stof op de keukenvloer,
– kniekousenbolletjes en
– de kast vangt mijn jurk.
– Het gebraad moet de pan uit,
– de lijn moet aan de was en
– speelgoed overal.
Met de scherf van een bloempot over de stoep langs de huishuizen. Om een kopje suiker ging ik niet dat deed Isor, te-rug-val. Vies maken en vallen, de hele week zes, vijf, vier, drie, twee, één tot de volgende visite. Dit keer kwamen ze bij ons.

 

Advertenties

Over Switha Ro

Multidisciplinair theatermaakster met uitglijders naar Beeldende Kunst. 'De Vrouw breekt de buurt.'

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow getikteteksten on WordPress.com
juli 2018
M D W D V Z Z
« Jun   Aug »
 1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
3031  

Sites die ik volg

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 308 andere volgers

Advertenties
The Edge of Europe

voormalig blog

Lege Handen

Verhalen voor jong en oud

MALOU BROUWER

REIZEN. BOEKEN. & MEER

Greet Ilegems

Author, Photographer, Master of engineering sciences, Trying to capture a dream, the poetry of earth, life...

Mirjam van Zelst

journalist en tekstschrijver

KadeGee

Sterke verhalen en bescheiden anekdotes over een leven in transit.

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

Gekwaak uit Kwakkelland

Mijn verbazing, vervoering en ontroering

Di's Storia

verhalen gedichten illustraties

Kaj zoals-ie schrijft

Scherpte, humor en tederheid

In scherpe bewoordingen

Door Adriaan Hendriks

getikteteksten

...van switha Ro...

Andere taal

(Franse) taalverhalen

traveledith

Edith op reis

wltrrr

Onregelmatige berichten uit de wondere wereld van pers en media ter bevordering van haat en angst.

De Nieuwe S

Dennis Gaens

Toekomst

geïnspireerd worden is je de toekomst herinneren.

marja wouters

in woorden

KakelVers Dichtwerk

Voormalig stadsdichter van Capelle aan den IJssel. Schrijft, dicht, performt, bestormt.

%d bloggers liken dit: