//
je leest...
Recent werk

‘Weg!’

Oldebroek 1964 ?Achterin onze auto heb ik standaard een paar rubberlaarzen liggen. Je weet maar nooit: voor die ene stortbui of een lekke band in de wildernis. Eigenlijk zou ik aan zee uitwaaien na de ontmoeting met tante Lina. Op laarzen. Maar nu blijk ik, van woede onnadenkend, in oostelijke richting te zijn afgeslagen. Het zij zo, sus ik mezelf, ik ken genoeg andere plekken waar ik stoom kan afblazen.
Met deze geruststelling doemt onverwijld het graf van mijn vader op. In het vlakke polderlandschap halverwege de route ligt hij daar. Door de regen op de voorruit van de auto zie ik zijn laatste stek opvallend kaal tussen de andere graven voor me. Geen zerk, geen stenen plaat, meer bemost dan met gras afgedekt – ik zal in de drassigheid alsnog mijn laarzen gaan gebruiken. Dat stelt me gerust.
Vreemd toch, gewapend met rubber om mijn voeten durf ik de hele wereld aan. Een in-geval-van-nood gewoonte uit mijn kindertijd: alle drie hadden we, naast sandalen voor de zomer en degelijk winterschoeisel, altijd rubberlaarsjes. Om het hoekje stonden ze, in onze bedompte schuur, op een rijtje met proppen oude krant erin tegen het vocht. Nooit veranderde de kleur in de loop der jaren, alleen de maat.
In mijn kinderlijke beleving kregen papa’s en mama’s laarzen, iets hoger op een schap, van mij hardnekkig een plaatsje op het beton aan weerszijden van de onze. Staand op mijn tenen trok ik de looiige krengen er telkens vanaf – snapten grote mensen dan niet dat ze ons kleintjes moesten beschermen?! Maar verder puzzelde ik er niet al te veel over, evenmin over mama’s net zo hardnekkige terugplaatsen, op die schap waar ze wat haar betreft hoorden.
Overigens kwam om de haverklap de hele mikmak in papa’s tweedehandse auto terecht.
Inderdaad startten wij, op een mooie dag in een zonovergoten weekend, de best zondige gewoonte uit rijden te gaan. Voor de rijtjeshuis bewoners in onze straat, die in de rafelende rand van een lintdorp tussen de ‘zwarte kousen’ lag, een goddeloze luxe: die grijsgroene, bultige Opel Olympia tegen de sobere stoeprand van hun fatsoen geplakt.
Op zaterdagen, tuffend naar een iets grotere vlek met een echte supermarkt, viel het ritje nog wel bij de buren te verdedigen. Maar iedere zondag opnieuw sloeg ongenadig hard hun oordeel toe. Straffe blikken achter de geraniums deden ons uitgeleide, exact twee tellen na het dichtslaan van de logge autodeuren. Startte papa snuivend van verontwaardiging de motor – hij had ’t wel gezien! – tikte de buurvrouw links met haar trouwring op de ruit of trok die van rechts woest de gordijnen dicht.
Ik, die nooit stilzitten kon, kronkelde me in de eerste schok van het wegrijden achterstevoren en zwaaide, eigenlijk van pure verbazing. Waarop mama snerpte dat ik onmiddellijk moest gaan zitten, anders dreigde er wat. Met gloeiwangetjes zag ik zo het glaasje prik, als lokmiddel voor de steeds langer durende ritjes, eindigend bij de één of andere uitspanning
– op de hei,
– in de polder,
– aan de zoom van een bos,
– langs de rivier,
– tussen de meren
aan mijn neus voorbijgaan, tenzij ik strak gehoorzaamde.

Voor mijn vader, mijmer ik achter het stuur van onze Opel Astra, moet wel wat tegenstrijdigs in het steeds regelmatiger gebruik van die eerste auto gezeten hebben. Het liefst immers struinde hij over de velden, ging soppend door de oude polders in het verlengde van ons dorp. Alles deed hij te voet. Of op de fiets. Fluitend. Waarvandaan kwam die behoefte uit rijden te gaan?
Over de motorkap uitkijkend naar de verglijdende driebaansweg, de links en rechts voorbij zoevende auto’s, rijdt het antwoord in wisselende metaalkleuren met me mee. Ik haal verongelijkt mijn schouders op: wie wilde nou niet deel hebben aan de pompende welvaart?!
Maar wat mijn ouders betreft, reed ongemerkt de eerste pijn van hun huwelijk op de hoedenplank mee. Op de één of andere manier begon mijn moeder aan mijn vaders geweten te knagen – of papa aan het hare. Iets liep er niet in tegenstelling tot de bultige Olympia – de pk’s kwamen als geroepen. Zo met zijn vijven dicht opéén leek ons gezinsgeluk zich vooral in afgelegde kilometers uit te drukken en in best aardige, maar gepasseerde landschapjes.
Onrustig op zondag, na de krampachtig ingetogen zit in de kerk, wilde mijn vader steeds vaker de boel ontvluchten. Dan riep hij bijvoorbeeld: ‘Laten we de polder vandaag eens vanaf de andere kant bekijken, haha!’ en hop, schoof iedereen de Olympia in, (haha). In feite brachten we voor de tweede keer die dag een offer door alweer verrekte lang stil te moeten zitten. Het leek alleen niet zo, vanwege die landschapjes links en rechts.
Wij drieën begonnen de tochtjes steeds vaker ruziënd over wie er in het midden moest, terwijl mama voorin haar tengere hand krampachtig om de greep klemde. Voor haar was het om het even waarheen we reden, zolang ze voor een paar uur verlost werd van ‘dat oord’: het krappe rijtjeshuis met die donkere achtertuin, waar de buurt haar te grazen nam met kluiten aarde op haar stralend witte wasgoed.
De uitstapjes kwamen voor ons kinderen steeds vaker op hetzelfde neer: ingeblikt en daarna als losgeslagen wild denderend over de velden. Dit alles met koude, klamme voeten in rubberlaarzen. Die mochten best vies worden, wijzelf absoluut niet.
Eigenlijk heb ik een hekel aan rubber. En laarzen zijn echte krengen. Je krijgt er zweetvoeten van of schuurplekken aan je kuiten. Maar ja, makkelijk is het wel.

Mijn vaders graf ligt halverwege de route randstad en thuis, tussen sloten en soppende weilanden. Het is er stil. Ik scharrel altijd een beetje rond en droom er heerlijk weg. Op een gegeven moment zie ik hem zelfs voor me – daar kan ik op wachten – met een schop, een leeg jampotje (om pieren te trekken) en ja: altijd op rubberlaarzen.
Het lukt mij heel makkelijk hem daar in zijn natuurlijke omgeving voor te stellen. Dat geeft me troost, en ik maak het compleet door mezelf als een pionnetje tegenover hem te zetten, een metertje of zes verderop. Dan raak ik met mezelf in gesprek. Ik bedoel in gesprek met mijn jongere zelf, je weet wel: Rosi. We praten over papa en hoe het hem keer op keer lukt om een jampotje vol met pieren te krijgen. Tussen ons tweeën mag alles gezegd worden, wel ben ik het die altijd als eerste begint. Dat is de enige spelregel.
‘Daar staat papa weer, net zoals toen,‘ zeg ik bijvoorbeeld en ik kleur van plezier, ‘Kijk Rosi, zijn geblutste werkschoen staat haaks op de schop.’ Dan verzin ik poëtische zinnetjes als: ‘Stoom dampt uit zijn neusgaten, zodra hij het blad in de grond duwt.’ Met dergelijk zorgvuldig gekozen zinswendingen teken ik hem in mijn werkelijkheid terug. Ik spreek trouwens nooit hardop, als ik de zinnen met gesloten ogen proef, werkt het beter. Zoals ook nu, op het moment dat ik dit verzin. Kijk maar even met me mee:

‘Dat smeuïge tsjik-geluid waarmee het ding diep in de klei wegzakt. Hoe daarna, voordat zijn schoen opwipt, zijn neusvleugels bollen. De zool raspt over het ijzer en landt vlak achter de steel in de klei. Flats! Zo’n natte, kleffe stap. Als in een koeienvlaai. Natuurlijk moet ik giechelen, tenslotte ben ik nog maar zes. En ik draag nieuwe rubberlaarzen. Ze glimmen. Kijk maar!’

Mooi hè?!
Daarop zal Rosi reageren met iets kleins. Ze giechelt of bloost een beetje, antwoordt in korte zinnetjes of herhaalt wat ik zeg. Samen genieten we een poosje van papa en word ik sentimenteel. Op dat moment zal Rosi met haar helderblauwe ogen naar me opkijken, stil worden en haar warme knuistje in mijn verkleumde hand proppen. En met de wegtrekkende kou lost ook zij op, ons gezamenlijk verleden en mijn vader.
Dat is het spel. Zo dadelijk op het kerkhof zal een kersverse aflevering volgen. Dat zal tante Lina leren.

Zodra ik de drukte van de randstad achter me gelaten heb, prop ik een cd in de speler. Ik moet me eerst ontladen en een autosessie meejoelen helpt enorm. Een hoge C halen is trouwens in een kooi van Faraday, die met 140 kilometer per uur over de snelweg raast, geen enkel probleem. En ik denk dat het Kate Bush weinig zal kunnen schelen dat ik een poging doe, zolang ze mij niet hoeft te aanhoren.
In de laatste seconden van Waking The Witch trek ik daarom strak getimed mijn onderkaken in om mijn kopstem te bereiken – een loepzuivere heesheid ontsnapt, ketst tegen de voorruit en dan piept het ineens gemeen.
In mijn linkeroor, in mijn linker hoofdhelft en achter mijn oog snerpt een kristalhelder hoge toon. Het zal wel, krimp ik, het zal wel tijdelijk zijn. Toch ben ik van mijn à propos, want mijn wenkbrauwen beginnen uit zichzelf te fronsen. Ze werpen een barricade op tussen wat ik vanbinnen hoor en vanbuiten doe: dat scheuren naar mijn vaders graf om het spel met Rosi te kunnen spelen. Om rust te vinden.
Ik schik en schuif wat met mijn billen over de chauffeursstoel, trek de cd eruit en druk onverdroten op het gaspedaal.

Advertenties

Over Switha Ro

Multidisciplinair theatermaakster met uitglijders naar Beeldende Kunst. 'De Vrouw breekt de buurt.'

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow getikteteksten on WordPress.com
december 2018
M D W D V Z Z
« Sep    
 12
3456789
10111213141516
17181920212223
24252627282930
31  

Sites die ik volg

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 303 andere volgers

Advertenties
The Edge of Europe

voormalig blog

Lege Handen

Verhalen voor jong en oud

MALOU BROUWER

REIZEN. BOEKEN. & MEER

Greet Ilegems

Author, Photographer, Master of engineering sciences, Trying to capture a dream, the poetry of earth, life...

Mirjam van Zelst

journalist en tekstschrijver

KadeGee

Sterke verhalen en bescheiden anekdotes over een leven in transit.

Jonas Bruyneel

Literatuur/Journalistiek/Muziek

Gekwaak uit Kwakkelland

Mijn verbazing, vervoering en ontroering

Di's Storia

verhalen gedichten illustraties

Kaj zoals-ie schrijft

Scherpte, humor en tederheid

In scherpe bewoordingen

Door Adriaan Hendriks

getikteteksten

...van switha Ro...

Andere taal

(Franse) taalverhalen

traveledith

Edith op reis

wltrrr

Onregelmatige berichten uit de wondere wereld van pers en media ter bevordering van haat en angst.

De Nieuwe S

Dennis Gaens

Toekomst

geïnspireerd worden is je de toekomst herinneren.

marja wouters

in woorden

KakelVers Dichtwerk

Voormalig stadsdichter van Capelle aan den IJssel. Schrijft, dicht, performt, bestormt.

%d bloggers liken dit: