//
je leest...
Column & Feuilleton

Afl.16: De kat en de durfal

dreigende weg

WACHTZONE is een feuilleton over mijn beleving van borstkanker. Soms heb ik de werkelijkheid aangepast in dienst van het verhaal. Consequent heeft iedereen een andere naam, ook ik. In deze aflevering hoop Rosi op soelaas.

HALF DECEMBER 2019
Achter het stuur borrelen grote gedachten op. ‘De wegen van ziektes zijn ondoorgrondelijk,’ bijvoorbeeld. Ik rol hem over het asfalt uit, maar het bevalt me niet; zo cliché. Misschien beter: ‘De route van de gezonde geest door het verziekte lijf, die is pas ondoorgrondelijk.’ Wat een flauwekul toch. Dan deze: ‘Menig signaal van het lijf is slecht te duiden.’ Je reinste kletskoek, omdat ik gewoon mezelf om de tuin heb geleid! Met die gedachte slaat het geborrel in gisting om. Ik probeer nog: ‘Het is en blijft een genenkwestie met verkeerde omstandigheden, inclusief overspannen geest, leefstijl en beroerde jeugd. Zo!’ Maar dan struikel ik over waar dat ziek worden nu echt begint, in lichaam of geest?

En waarom ineens stoom uit mijn neusgaten, stompzinnige woede die ik ergens op moet uitkuren. Op die tuffende bejaarde vóór mij die net inschuift; zal ik die es lekker van de sokken rijden?! Driftig begint mijn hand te schakelen. Sukkel! joel ik schor, wat nauwelijks oplucht. Nou ja, ik ben bang te laat te komen op mijn eerste afspraak bij een gespecialiseerde logopediste. Eén van de laatsten die nog iets met mijn overspannen strottenhoofd kan, dus geeft mijn voet gas. Met deze manoeuvre, besluit ik, zal niemand me meer tegenhouden, nee echt niemand. Okay okay, zoemt de weg en onder mijn wielen wikkelt hij zich geschrokken af. Niet zonder wraak: als een razend wit gestreepte tijdlijn tikt ie stomme gebeurtenissen af naar een beginpunt vier jaar geleden. Tegen die tijd moet ik, bij de afslag, mijn woede temperen door pompend te remmen; ben tenslotte nog niet levensmoe. Waarmee niet gezegd dat ik het tegenovergestelde, een doorzetster ben.

Of toch wel?

“Heeft er iemand hier de handen vrij?!” Op mijn werk verhuisden wij, ongeveer 150 mensen personeel, na een renovatie terug. Hectiek en chaos zoals dat gaat; enkel was er over éénpersoons secties zoals de mijne niet nagedacht. Dus stond ik er, ook omdat een andere eenpersoons sectie met ruzie vertrokken was, alleen voor. Daarbij was mijn vaklokaal door bouwvakkers tot keet omgedoopt en hadden verhuizers er ongedefinieerde dozen gedumpt; geen beginnen aan. Reddeloos in de puinzooi verplaatste ik wat, liep pardoes met mijn arm in een slordig afgezaagde metalen pin. Bromde “Klein wondje, niet piepen!” en gaf daarmee eigenhandig mijn lot een zetje.

Na vijf dagen ziekenhuis en een palet aan antibiotica was ik mijn weerstand kwijt en snel weer aan het werk – niet piepen. Ondertussen kraakte alles onder een reorganisatie. Zelf kwam ik in een pot pourri van vermeende kansen, energie vretende scholingen, deadlines, valse hoop, fatale beslissingen, schrale troostgesprekken en een monster van een mentoraat terecht. Mijn vak spartelde als ondergeschoven kindje en daar wilde ik maar niet aan. Ja jee, thuis was ik al ’t echte kind aan zijn zelfstandigheid kwijt, moest me toch ergens op uitleven, een laatste stuiptrekking van dat dovende vrouwenlijf. En maar blijven hangen, terwijl iedereen die me dierbaar was vertrok. Naar betere banen, warmere landen, grotere huizen of, eerlijk, omdat het gewoon teveel werd. Iedereen bleek in staat voor zichzelf te kiezen, behalve ik. Toch had ik ’t al zo vaak geprobeerd.

Waren dat nu die beroerde omstandigheden of zat ’t domweg in mij?

Soppend in melancholie brachten we die zomer op een camping door die we als gezin vaak bezochten. Daarna met open ogen in de mij vernietigende routine terug. Als een verlopen Don Quichote wisselde ik telkens van voor de eer bedankende Sancho Pancha’s: promiscue in een inmiddels samen gepropte sectie, waarin twee zieltogende crea-vakken. Ruzie over mijn verbetenheid thuis, “Laat me toch Porky!” In een dergelijke gortdroge brul schoot mijn stem voor het eerst uit de groef.

Onder en boven viel er een octaaf weg. Brokken in mijn keel. Schildklier? Nee. Keelkanker? Nee. “Gaat u toch naar een logopedist, mevrouw!” – och, vind maar eens de juiste. Wel een mooi excuus om door te werken, hoewel de craquelé van mijn fysieke en mentale conditie eindelijk aan de slachthaak hing. Had nog een virusinfectie nodig en de horror face van een geelzuchtige voor ik met de hakken in het zand de ziektewet inschoof. Trots op mijn wonderbaarlijk snel herstel – tot de borstkanker mij vloerde. Ik een doorzetster? Ja. Eentje in een spagaat.

Zwei Seelen wohnen, ach! in meiner Brust,
die eine will sich von der andern trennen:
Die eine hält in derber Liebeslust
sich an die Welt mit klammernden Organen;
die andre hebt gewaltsam sich vom Dust
zu den Gefilden hoher Ahnen. *)

Op de ligbank bij de logopediste val ik als losse puzzelstukjes ‘Ro’ en ‘si’ in een denkbeeldige, ietwat rommelige Jigsaw. Het wordt een ivoor-bleke vrouw met een mutsje en een veel te grote bril, vermoed ik, en vlei me er toch in neer. Terwijl de handen van de logopediste mijn keel voorzichtig kneden, vraagt ze me – als mirre, in scheutjes – wie ik ben en wat me hier brengt. Sijpelend komt over mijn lippen hoe, waar en met wie ik het licht zag. Dat klinkt best aardig. Niettemin wellen ook ingrijpende gebeurtenissen uit een verder niet bijzonder leven op. Als brokjes warm, verhard hars. Over mijn lippen, langs mijn kin naar het kuiltje onder mijn keel, waar ze op mijn ademhaling zachtjes deinen.

Verdorie, speelt dat alles nog steeds?!

Maar mirre maakt mild en mijn huid tast voorzichtig naar wat dit allemaal, rustend op mijn borstbeen, nog voorstelt. Ooit waren het grote brokken, nu is ’t hars vergruisd en klein genoeg om mij al lispelend te verlaten. Het wordt ook tijd, Rosi, je bent in gevaar. Wie beweert dat nou?! Jij en tijd, wasemt diezelfde huid. Waarom deed je er nou zo godsgruwelijk lang over? De schrijfster is er zo zoetjes aan klaar mee. Die doorzetster, beweert ze, heeft gewoon twee smoelen: zo’n kat-uit-de-boom tronie, die gemelijk uit het raam staart, of de genadeloze durfal. “Ik koos voor ‘de kat’ ” – zij de schrijfster nou ‘ik’? – “en wat mij betreft mag jij ’t karakter noemen. Als je maar ziet dat je altijd een keuze had!” Okay, slik ik, hoewel me meer intrigeert tegen wie ze het heeft, mij of zichzelf; zelfs als verpuzzelde Rosi vind ik er namelijk wel wat van. Putte net zo goed uit ‘kat’ als ‘durfal’, met een veel te groot oog voor mijn omgeving! “Wist ík veel dat het mij m’n gezondheid zou kosten?!” brul ik. Wilde enkel met iedereen rekening houden. Op het verkeerde paard gewed.

“Stil toch!” sust logo, “Zoiets moet je nooit zeggen. Dit was het trouwens voor vandaag.” Achter het stuur rolt als een rode loper gedienstig de weg voor me uit, zo ver mogelijk van wie ik vier jaar geleden was. “Die kat-uit-de-boom doorzetster, bedoel je,” schampert de schrijfster. “Met veel te grote ogen,” roep ik er achteraan. Maar toen ik van de ligbank herrees, bleek Rosi op de puzzel gewoon mijn gezicht te hebben. Terwijl ik m’n bril aangereikt kreeg en de Jigsaw, af en ivoor-bleek, bewonderde, viel me dat echt heel duidelijk op. Maar wie is ‘ik’?

*) Wolfgang von Goethe: Faust 1, Vers 1112 – 1117; Vor dem Tor. (Faust)

Over Switha Ro

Multidisciplinair theatermaakster met uitglijders naar Beeldende Kunst. 'De Vrouw breekt de buurt.'

Reacties

2 gedachtes over “Afl.16: De kat en de durfal

  1. Het moet me weer even van het hart; leuk is het woord niet, mijn hemel wat schrijf jij adembenemend!

    Like

    Geplaatst door Jokezelf | 19 januari 2020, 4:43 pm

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Follow getikteteksten on WordPress.com

Sites die ik volg

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 328 andere volgers

5 elementen koken

Recepten voor meer energie en een helder hoofd

BERTJENS

Zij. Diversen.

De schrijvende huisvrouw

Het is wat het is

Lege handen

Verhalen, gedichten, tekeningen en columns

MALOU BROUWER

REIZEN. BOEKEN. & MEER

Greet Ilegems

Master of Science, Author & Publisher of the YA SF Hybrid-series, Photographer, Trying to capture a dream, the poetry of earth, life...

Mirjam van Zelst

journalist en tekstschrijver

KadeGee

Sterke verhalen en bescheiden anekdotes over een leven in transit.

Gekwaak uit Kwakkelland

Mijn verbazing, vervoering en ontroering

Di's Storia

verhalen gedichten illustraties

Kaj zoals-ie schrijft

Scherpte, humor en tederheid

In scherpe bewoordingen

Door Adriaan Hendriks

getikteteksten

van Switha Ro

Andere taal

(Franse) taalverhalen

traveledith

Edith op reis

wltrrr

Onregelmatige berichten uit de wondere wereld van pers en media ter bevordering van haat en angst.

De Nieuwe S

Dennis Gaens

%d bloggers liken dit: