//
je leest...
Column & Feuilleton

Afl.25: Djinny

WACHTZONE is een feuilleton over mijn beleving van borstkanker. Begon ik mijn gedramatiseerde non-fictie dicht bij de werkelijkheid, werd het steeds fictiever, hoewel de bron van elke aflevering uit de werkelijkheid stamt. Dit is de laatste aflevering. In ‘Djinny’ wil Rosi niet meer voor de schrijfster in de plaats lijden. De schrijfster op haar beurt wil de geest terug in de fles.

Op de bodem van Aladdins kruik een deken van verpropte zakdoekjes. Daartussen gebruikt gaasverband, lege medicijnstrips, aangebroken tubes huidcrème en littekenzalf; halflege zakjes laxeermiddel ook. Er te midden Rosi, dons op de glimmende schedel, in slobberbroek op haar knieën. Tuurt met prille wenkbrauwen door het gat van de hals boven haar. Daar het nog wimpervrije, grijsgroene oog van de schrijfster. De kruik op diens schoot schommelt soms. Rosi’s ene hand houdt dan het vermagerde lijf in evenwicht, de andere steunt tegen de binnenwand.

roept Toe nou, niet schommelen! Okay, misschien heb ik teveel een eigen leven geleid … zacht Kunt het de ander nooit naar de zin maken. Had op geven en nemen gehoopt, ik. luid Sorry, ben enkel een personage, het jouwe, maar dood wil ik niet! kruik schommelt Nee alsjeblieft, niet de kurk erop! snikt Denk na: ‘Wie goed doet, goed ontmoet.’ Tegelwijsheid, weet ik best, maar jee, je wilt gewoon iets terug: vriendschap tegen eenzaamheid, zorg bij hulpeloosheid, erkenning. haalt neus op En deze dan: ‘Wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’! Paplepelverhaal! ’t schommelt NEE, niet die kurk! Deed het voor jou … ons samen. zacht Ben goddomme Jezus niet! hand naar kontzak Stierf aan ’t kruis. vindt een zakdoekje Deed boete. Belachelijk! richt zich op JOUW borst, JOUW tranen, JOUW pijn.

Dan ook MIJN woorden, Rosi. De schrijfsters stem valt dof op de kruik als plots licht door het gat kokert. Rosi, handen voor haar ogen, glijdt over de zakdoekjes uit en stoot het hoofd. Zwart voor de ogen, tellen lang. Zoals toen op de bestralingsbank eigenlijk: armen achterover, bovenlijf ontbloot; schrap tegen het hart dat weggedrukt moest. “Adem in, hou vast … en laat maar los,” over de intercom de verpleegkundige. En Rosi maar tellen, vanbinnen: “twaalef-dèrtien-véértien.”

Zwart voor de ogen, tellenlang. Dan, als op een open plek in het donkere bos, een zolderkamer in grijstinten. Ook daar een vuilwitte deken van zakdoekjes over sleetse kleden. Een stapel dagboeken torent boven de proppen uit. In een hoekje donzig een schedel die tussen twee voorwerpen aarzelt. Daaronder een mager gezicht, hals en schouders, gehalveerde boezem. Rosi’s handen betasten onmiddellijk haar eigen buste, wil vergelijken, maar iets op schoot van dat lijf daar belemmert het zicht; het is de kruik waarin zij als een geest uit de eeuwigheid ontwaakte om te dienen. Nu ziet ze hoe de hals omklemd wordt, in de andere hand de kurk die tussen onhandige vingertoppen ronddraait. Tintelingen, wolkt het in Rosi’s grijze gedachten, och erm! En toch al: dat hele lijf hangt een kwartslag gedraaid van de werktafel in een bureaustoel, waarop blaadjes met notities, geopend etui en een lichtende laptop. Etensresten op bordjes. De pel van noten over de vloer. Koud geworden kruidenthee in een bevingerd glas. Was dit nu haar Schepster?! Ontluisterd tussen kruik en kurk aarzelend? Nee toch?! En ze mompelt, ook dat nog. Iets over geluk en vrees, en voor welk van de twee haar Rosi eigenlijk staat: “Mijn Rosi,” zegt ze.

Mijn, MIJN! klapwieken Rosi’s oogleden traag en beginnen onwillig te tranen. Ze laat de druppels gaan door zich op haar zij te draaien en zakt weer in het zwart weg; droomt over ‘MIJN Rosi’, iemands bezit in een kruik op schoot. Hoe zij, een fantasie, die verliet voor de schrijfsters dagelijkse wandeling. Tot ze met de tong op de knieën in de afgelopen lente alleen nog maar rondgebanjerd had; een lente die volgens de schrijfster van kleur juichte, iets wat Rosi ontgaan was, uitgeput door de donkergrijze winterdagen die eraan voorafgingen en een verraderlijk zachte herfst. Hoe ze keer op keer thuisgekomen was om steeds vaker met lange vingers te eten, te drinken met vertrokken gezicht. Hoe ze, door Minna de Hond aan haar lot overgelaten, over een stekelig eiland in diens gewiste sporen doolde, waarbij de schrijfster haar het janksnot uit de neus had geschreven. Erna en ervoor aan infusen gehangen had en de druppels uit naar zacht riekend plastic haar lijf in had zien gaan, maar zich gedroeg alsof het de normaalste zaak van de wereld was. In de op elkaar lijkende kamers van het ziekenhuis, waarin telkens zij van de vorige keer dat ze er was verschilde, maar nooit van de verminkte vrouwen voor en na haar; een homogeen reservistenleger dat geen reden om opgeroepen te worden had dan diens collectieve leed.

Had Rosi op dit punt in haar droom naar adem willen happen, wiegde de ontluisterde schrijfster haar nog dieper dromenland in. Kijk dan, kijk nog één keer Rosi! leek ze woordeloos en op haar laatste krachten te smeken; vooruit dan maar. En gedwee onderging Rosi een carnavaleske stoet aan herinneringen: haar zoete wraak op de KWF colporteur bijvoorbeeld, de escapade in dat ruimtepak naar de ziekenboegplaneet, maar ook de bioscoopzaal waarin ze haar emoties uitvergroot op het scherm geprojecteerd had gezien. De herinnering aan twee hoofden boven haar, van wie het ene Porky en het andere de chirurge toebehoorde, terwijl ze uit een diepe narcose ontwaakte. Erna dat ziekenzaaltje waar ze doezelig onder het laken naar haar tweede kans leven gespiekt had (in ruil voor haar linkerborst), maar nog niet wist hoe te huilen.

In de optocht bleek de sliert wachtkamers het saaist, niettemin viel keer op keer het indirecte licht op Rosi’s gefocuste gezicht op terwijl ze medepatiënten observeerde en notities in haar WordPress app tikte. Iets wat de schrijfster een ongemakkelijke grinnik ontlokte, waaraan Rosi zich ergerde. Veel tijd om erbij stil te staan had ze overigens niet, omdat een onverwacht pikant opgetuigde praalwagen met een onschuldige tienerlijf bloot pronkend voorbijtrok. Dansend strooide het lijf een veelvoud van Rosi’s brief aan haar jeugdvriendin over de verloren onschuld uit. Als roze lentebloesem dartelden de pamfletjes over hoofden van verlekkerd toekijkende mannen, beschaamd giechelende moeders en diep verontwaardigde vaders. Eindeloos pirouettes draaiend toonde de tiener afwisselend een hele en daarna halve boezem. In haar droom schaterde Rosi het uit – het leek wel kermis – hoewel de schrijfster glimlachend hoofdschudde om zoveel naïviteit op een lomp vehikel. Toen echter de volgende wagen met de naam ‘Kalverstraat der Zieken’ passeerde, een eindeloos immer bevolkte gang in haar ziekenhuis voorstellend, vielen beiden onmiddellijk stil. Daartussen had zij, Rosi, gelopen, stil en met grote ogen en telkens weer het leed van de schrijfster gediend door het met zich mee te dragen.

– Wat voelde je, toen in die gang?
– Porky’s hand.
– En vrees?
– … én geluk.
– Dat met die colporteur was een rotstreek. Toen wilde ik niet meer schrijven.
– Ik was het zat.
– En ik jou.
– Jij kreeg smetvrees daarna. Met dat virus. Alsof ik het was.
– Maar jij bent mijn Djinny, Rosi!
– Daarom hoef ik nog niet voor jou te lijden.

Niet duidelijk is wie van de twee dit laatste zegt. Doodstil is het nu. Toch, als je goed luistert, hoor je gegniffel over en weer. Even nog moet de schrijfster snikken. Maar dan zet ze de kruik op de werktafel en legt de kurk ernaast. Staat op, grijpt naar een papieren zakdoekje in de kontzak van haar broek die, net zoals die van Rosi, slobbert. Snuit haar neus. Laat de zakdoek uit haar hand glijden. Draait zich terug en staart naar de kruik. Streelt hem. Pakt de kurk en draait hem langzaam in de hals van de kruik. Kust die. Rosi, opgesloten, zucht in haar droom en gaat op haar andere zij liggen. De schrijfster gaat zitten, legt haar onderarm op de tafel en vlijt haar hoofd.

Over Switha Ro

Multidisciplinair theatermaakster met uitglijders naar Beeldende Kunst. 'De Vrouw breekt de buurt.'

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Follow getikteteksten on WordPress.com

Sites die ik volg

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Voeg je bij 344 andere volgers

DRAMAPLAATS

Spelend naar je Zelf

Transformational Astrology

Astrologie, bewustwording & transformatie

BERTJENS

Zij. Diversen.

MALOU BROUWER

ACADEMIC | WRITER | TRANSLATOR

Greet Ilegems

Master of Science, Author & Publisher of the YA SF Hybrid-series, Photographer, Trying to capture a dream, the poetry of earth, life...

Mirjam van Zelst

journalist en tekstschrijver

KadeGee

Sterke verhalen en bescheiden anekdotes over een leven in transit.

Gekwaak uit Kwakkelland

Mijn verbazing, vervoering en ontroering

Di's Storia

verhalen gedichten illustraties

Kaj zoals-ie schrijft

Scherpte, humor en tederheid

In scherpe bewoordingen

Door Adriaan Hendriks

getikteteksten

van Switha Ro

Andere taal

(Franse) taalverhalen

traveledith

Edith op reis

wltrrr

Onregelmatige berichten uit de wondere wereld van pers en media ter bevordering van haat en angst.

De Nieuwe S

Dennis Gaens

%d bloggers liken dit: