//
je leest...
Column & Feuilleton

Afl.5 Ogen dicht

WACHTZONE was een feuilleton over mijn beleving van borstkanker. Achteraf herschrijf en orden ik op het verschijnsel escapisme naar aanleiding van een existentiële gebeurtenis in het leven van een ik-figuur die haar ziekte al schrijvend op haar alter ego hoopt af te wentelen. In deze aflevering duikt de schrijfster terug in de tijd. Ze kijkt terug op een bezoek aan haar vaders graf en hoe ze dat wilde beleven. 
 

Papa’s graf, vijfentwintig jaar geleden, nazomerochtend.
    “Kijk eens, Rosi! Daar staat ie, pa, net als toen. Zijn rubberlaars haaks op de schop, stoom uit de neusgaten. En luister! Tsjik, zo zakt ’t blad in de vette klei. Over het ijzer raspt de zool terug en belandt in de smurrie. Flats, een natte, kleffe stap als in een koeienvlaai, haha! En jij? Je moet ervan giechelen, want je bent nog maar zes. Zullen we dat zo afspreken?”
    Rosi zwijgt.
    “Jij draagt ook rubberen laarsjes. Ze zijn nieuw en glimmen. Kijk eens naar je voeten?!”
    Al een kwartier had ik op de begraafplaats staan blauwbekken, maar Rosi wilde niet komen. Heel vervelend; als zij niet aan mijn fantasie meedeed, moest ik teveel op eigen kracht verbeelden. En ja hoor, mijn vader, die ik zo graag bestudeerde wanneer hij naar wormen spitte om te gaan vissen, verscheen hooguit wazig boven zijn eigen graf, gewoon omdat zij haar hakken in het zand had gezet. Tenminste, dat vond ik.
    “Rosi?!” Ik riep haar, een meisje nog. Zelf kon ik – in de bloei van mijn leven, maar zwemmend in emoties – ongestoord mijn gang gaan; het kerkhof was uitgestorven.
    In de Opel op de parkeerplaats had ze zich al niet willen laten zien, niet op de achterbank waar ik meestal met mijn spel begon (omdat in de beslotenheid van een auto nu eenmaal alles kan). Wél had ze wat gemiep laten horen. Even meende ik dat het ‘t dovende volume uit de speakers was waarmee ik Kate Bush mijn verdriet om pa, nog maar een half jaar koud, had laten verjagen. Toen ik echter het contactsleuteltje had teruggedraaid en het geluid van de motor tikkend wegstierf, was de stilte als een uitgeklopte plaid op de zittingen neergezegen; waar was ze nou?! Toen begon in mijn oor die snerpende piep te smeulen.
Meteen bedacht ik dat Rosi die ook niet zou kunnen verdragen en stelde me haar ineengedoken op de bodem van de Opel voor, met groezelige vingers in haar rozige oren; moest te doen zijn. Om het beeld op gang te helpen, kneep ik mijn ogen stijf dicht en draaide me een beetje om. Inderdaad zag ik haar als een opgerold egeltje achter de voorstoel. Ik grinnikte opgelucht tot van het ene op het andere moment ernst toesloeg. Ik opende mijn ogen, stapte uit de auto en greep naar het achterportier.
    “Kom op, Rosi!” Waarop het kind zich met bozig gespeelde traagheid tussen de stoelen vandaan wurmde. Aan haar oor zo’n klef handje; het andere demonstreerde onwil. Als een schildpadpootje zette het zich tegen de rand van de zitting af, wrong zich stukje bij beetje uit de auto, zonder haar andere handje van het oor weg te halen. Het verkeerde.
    “Links, kleine tragédienne! De piep zit links, niet rechts.” Op de balk in de deuropening keek ze me pruilend aan, maar wisselde van handje.
    “Zeg eens wat!” stampvoette ik. Het beeld dat ik van mijn vader zo graag opriep, verderop bij zijn graf, zou vast en zeker blijven haperen. Het liefst had ik hem aan de voet ervan en in een afgedragen pantalon op zijn rubberlaarzen gezien. Een wit, verkreukeld overhemd met een flap uit zijn broek, het zweet dat op zijn voorhoofd behoorde te parelen. Het liefst ook liet ik hem spitten en met zijn schop wiebelen, twee handen op de greep, glad en donker van gebruik. Regelmatig zou ik hem abrupt hebben laten stoppen, bukken en pieren laten trekken. Triomfantelijk had hij op zijn beurt zijn eerste pier omhoog kunnen houden. ‘Haha!’ zou hij gezegd hebben en ik jubelend dat ‘t onze eersteling was, ‘Of niet dan, pap?!’
    Maar voor dit tafereel had ik nu eenmaal Rosi nodig, toen al. Zij mocht in mijn schoenen staan – nou ja, mijn oude vertrouwde rubberlaarzen die ik voor de gelegenheid aangetrokken had. Waarom draalde ze zo, ik moest toch ook die piep verdragen, miepte ik op mijn beurt. ‘Kijk nou toch, Rosi!’ Ik fleemde nu, terwijl ik van kou en ongeduld begon te trappelen. ‘Daar staat ie, pap, net zoals toe-hoen. Met zo’n natte, kleffe sta-hap. Fla-hats! Als in een koeienvlaai. Jij moest ervan giechelen. Je was nog maar zèèès. En je droeg je nieuwe rubberlaarzen.’ Ik kneep mijn ogen dicht en vouwde zelfs mijn handen. Hield mijn adem in, de lippen stijf op elkaar. Ineens herinnerde ik me dat jonge hondjes pas komen als je van ze af loopt. Misschien beter dat ik dit keer mijn ogen gesloten hield; als een blinde scharrelde ik over het grindpad en bereikte schoorvoetend mijn vaders graf.
   
    “Wacht nou-ou!”
   
Eindelijk kon ik haar komen horen. Hèhè, ze dribbelde recht op me af. Alsof ze niet net als een opgerolde egel op de bodem van de auto had zitten miepen. Haar blonde pijpenkrullen dansten als springveertjes, haar hoofdje keerde ze links en rechts, streelde met lichtgrijze ogen de flankerende graven, terloops. Zo stelde ik me het voor en wilde het met mijn eigen ogen zien.
    “Nie-doe-hoen!” Wat nou weer, bromde ik.
    “Nie-opendoen, je ogen niet!” Onrustig schoven mijn verkleumde voeten over het grind.
    “Anders ga ik weer hoor. In de auto. Tussen de stoelen.”
Ik wilde nog zeggen:
    “Nee-hee, nie-gaan Rosi,” kreeg ‘t niet over mijn lippen, wist dat ’t te laat was. Hoorde hoe haar hakjes zich schrapend keerden, tot achter mijn oogbollen de kiezels begonnen te knarsen. Ik greep naar mijn oor.
    “BLIJF!” brulde ik, en “Vuile comédienne!” Klapte mijn oogleden open, zag nog net dat ze lakschoentjes droeg voordat ze uit mijn fantasie verdween. Verdomme, het muntje viel: Nie-opendoe-hoen, ze had me gewoon bedot. Bij ’t graf evenmin mijn vader, zelfs niet als waas. Wel een gitzwarte merel die, hier en daar, vinnig naar een worm aan het pikken was. 

Over Switha Ro

Multidisciplinair theatermaakster met uitglijders naar Beeldende Kunst. 'De Vrouw breekt de buurt.'

Reacties

2 gedachtes over “Afl.5 Ogen dicht

  1. vooral de merel aan het eind…. zoek het krachtdier maar op.

    Like

    Geplaatst door Rode Hemelwandelaar | 9 januari 2021, 2:50 pm
  2. Heftig…

    Like

    Geplaatst door Bertie | 10 januari 2021, 11:06 am

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Follow getikteteksten on WordPress.com

Sites die ik volg

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Voeg je bij 344 andere volgers

DRAMAPLAATS

Spelend naar je Zelf

Transformational Astrology

Astrologie, bewustwording & transformatie

BERTJENS

Zij. Diversen.

MALOU BROUWER

ACADEMIC | WRITER | TRANSLATOR

Greet Ilegems

Master of Science, Author & Publisher of the YA SF Hybrid-series, Photographer, Trying to capture a dream, the poetry of earth, life...

Mirjam van Zelst

journalist en tekstschrijver

KadeGee

Sterke verhalen en bescheiden anekdotes over een leven in transit.

Gekwaak uit Kwakkelland

Mijn verbazing, vervoering en ontroering

Di's Storia

verhalen gedichten illustraties

Kaj zoals-ie schrijft

Scherpte, humor en tederheid

In scherpe bewoordingen

Door Adriaan Hendriks

getikteteksten

van Switha Ro

Andere taal

(Franse) taalverhalen

traveledith

Edith op reis

wltrrr

Onregelmatige berichten uit de wondere wereld van pers en media ter bevordering van haat en angst.

De Nieuwe S

Dennis Gaens

%d bloggers liken dit: