//
je leest...
Column & Feuilleton

Afl.4: ‘I dream of Jeannie’

Wachtzone was een feuilleton over mijn beleving van borstkanker. Inmiddels herschrijf en orden ik alles op ‘escapisme naar aanleiding van een existentiële gebeurtenis’ en op een ik-figuur die haar ziekte al schrijvend op haar alter ego hoopt af te wentelen. In deze aflevering herinnert de ik-figuur zich dat ze Jeannie bewonderde, een roze djinn in een comedy fantasy uit de jaren zestig, en dat in haar gezin zoiets eigenlijk helemaal niet kon.

Flat, vijftig jaar geleden.
Uit de kitschkruik wolkte Jeannie captain Tony Nelsons fatsoenlijke vrijgezellenwoonkamer binnen. En maar pleasen in die roze buikdansbroek met het net niet onzedige topje erboven. Daarin haar appelvormige borsten. En ik maar staren; die twinkel in haar ogen ook. Hij, astronaut die haar op een onbewoond eiland na een noodlanding vond, hoefde maar lukraak iets te wensen en zo geschiedde, want Jeannie was smoor op hem. Zelf was ik nog maar tien, ik keek trouw iedere week. Zij was ‘t helemaal (niet voor hem; het kat-en-muis gedoe tussen verliefden ontging me, ik besloot hem niet zo aardig tegen haar te vinden) en ik droomde ervan om zoals zij te zijn. De djinn met barbietrekjes verscheen nagesynchroniseerd via de Duitse tv in het voorportaal van mijn puberteit. Een roze wannabe stoeipoes die wist wat ze wilde: captain Tony Nelson. Ik raakte aan de buis gekluisterd. Mijn ziel had zoiets onbevangens als zij niet eerder meegemaakt; kon ik ook zo zijn?
    Koortsachtig begon ik alles wat stoer aan mij was in het prille rozenbottelplantsoen onderaan de grijze flat weg te schoffelen. Geen boomhut of vuurtje stoken meer op het nieuw te ontginnen randwijkgebied verderop, geen belletje trekken of gekloot met het intercomsysteem van het zeven etages tellende flatgebouw. Het stond er trouwens allemaal net. De geur van vochtig beton sloeg nog neer, behangplaksel droogde nog na en vlocht zich tussen gezinsontbijt, middagmaal en avondeten door. Het maakte de woonkamer, waarin de sobere meubels na de verhuizing zorgvuldig met teakolie ingewreven werden – alsof die meer koestering nodig hadden dan mijn zus, broer en ik – onbehaaglijk. Ik dacht dat het zo hoorde, tot Jeannie zichzelf met rookpluimpjes, die in mijn verbeelding naar theeroosjes roken, de kille nieuwbouw inblies en een weldadige geur begon te verspreiden.

Behaaglijkheid. Ik gok dat ik het woord niet kende of misschien niet goed inschatten kon. Een sfeer begrijp je immers pas zodra je die benoemd krijgt. Dat enig juiste woord of beeld, ‘t liefst op een mooie dag uit de hemel vallend. In ieder geval miste ik iets en kijk aan: op onze Blaupunkt tv, die vanaf een uurtje of vijf “best aan mocht”, knalde Jeannie van het scherm in een comedy fantasy! Het was ook dat mijn moeder, een keer niet kribbig, riep: “Och dotje, wat zit je daar behaaglijk. Wil je er een kopje thee bij?” met een Verkade Kaakje. Ja, niets liever, en voor altijd had de djinn een zweem van vanille om zich heen. Moeders mildheid interpreteerde ik als toestemming I dream of Jeannie leuk te mogen vinden. Toch duurde het jaren voor ik Jeannies in roze verpakte levendigheid behaaglijk noemde. Eigenlijk kende ik ‘t woord allang, in de kerk op geeuwend saaie zondagen door de dominee in zo’n gebed gezangzegd: … en in mensen een welbehagen, een uitgesleten riedel, dus nou ja.
    Maar Jeannie heeft me voor balorigheid behoed; het spuiten van graffiti, de neiging bij de plaatselijke Bruna een kleinigheidje te jatten. Want riekte het cement nog van nieuwigheid, begonnen daaroverheen mijn ouders gif naar elkaar te sprietsen. Mijn moeder boende in ieder geval driftiger dan anders met groene zeep en chloor het sanitair, direct nadat mijn vader naar zijn werk toog. En hijzelf rook altijd al naar kruipolie en smeer uit de garage van de legerbasis waar hij de scepter over dienstplichtige jongens zwaaide. Sinds we hier op deze godvergeten plek gedropt waren, rook hij ineens sterker. Of speelde mijn verbeelding me parten? Ja. Nee.
    Ergens had ik gelezen dat schorpioengif dodelijk was (maar waar toch). Van de gedachte alleen al kromp ik. Sinds we terug hadden moeten keren uit mijn ouders paradijs, een legerbasis in het buitenland waar niet alleen de american store maar ook het landschap wonderen met hun huwelijk had gedaan, deed moeder alsof vader uit de beerput kwam en spuwde. Voor de zekerheid sloot ik ons daarom in mijn fantasie op, hopla: Jeannie uit haar kitschkruik de mijne in, zo behaaglijk als maar kon. Wat veel van mijn verbeelding vroeg, omdat ik, tot djinnies met spiegeltjes beklede kruik op tv verscheen, enkel degelijke kende. Voor aan je voeten met zo’n dikke wollen sok eromheen, en dat je dan je grote teen verbrandde aan de hals onder de dop en dat ik dan dacht: nuttige dingen zijn ook altijd stom.

Hadden barbies nut? Nee. En Jeannies dan? Nee helemaal niet; precies wat ik nodig had. Alleen waren het volgens moeder huppelkutjes en van huppelkutterigheid diende ik me ver te houden. Niet dat ze het zo zei, maar ik zag het aan haar: welke vriendin wel of niet, welke jurk wel of niet. Wilde ik de Tina, hét lijfblad voor pony-paardenstaart meisjes, pleitte zij voor de Kijk vol brave-jeugd wetenschap (ah ja, hierin dat schorpioenverhaal). Ondertussen kreeg ik seksuele voorlichting voorgeschoteld uit cleane boekjes. Vrij technisch wezen zwartwit tekeningen me op alle mogelijke verschillen tussen jongens en meisjes. En geil zijn heette opgewonden raken waardoor de vagina extra vochtig werd en de penis makkelijker in de schede gleed, daarbij moest het lid schoon zijn. Dit allemaal ten nutte van de voortplanting. Hoewel mijn moeder best vond dat je ‘ook moest kunnen genieten,’ hoewel ‘nooit over je grenzen heen!’ Dit bijna stampvoetend; iets klopte niet.
    In de vuilstortkelder van onze flat, gleed ondertussen iets heel anders naar binnen: afval via een netwerk van aan keukens verbonden kokers de container in. Precies daar ontdekte ik vieze boekjes, vast door een vuilnisman eruit gevist en aan de kant te drogen gelegd. Erin die vlees-roze schroei van porno van een onnut dat idiote dingen met je spierreflexen deed; ik schrok me helemaal dood. “Let op je grenzen, LET TOCH OP JE GRENZEN!” begon voor mijn geestesoog ineens moeders manende vinger tussen de gore plaatjes en het zweet in mijn liezen heen en weer te zwiepen. Veel later, vanaf mijn eerste liefje, verwarde ik iedere keer geil met grens en laat ik nou voor dát gevoel geen passend woord gevonden hebben. Nee, ik krijg het niet benoemd.

Als ik erover nadenk, moet Jeannies spontaniteit doorslaggevend geweest zijn voor mijn aanbidding. Gewoon doen wat in je opkomt; ik snakte ernaar, kon dat niet, leefde in een hermetisch van de werkelijkheid afgesloten wereld mijn fantasie uit. Zij op haar beurt miste overduidelijk de kat-in-de-boom, ik ten voeten uit. Absoluut was Jeannie mijn vooruitgeschoven post naar jongens en mannen, een eerste eigen blik op seksualiteit van elk technisch voortplantingsnut gespeend. Maar waarom dan meed ik de vuilstortkelder als de pest? Al zolang ik me van mij bewust was, schoof ik fantasieën tussen mezelf en de kleurloos uit de grond gestampte rijtjeshuiswijken waar ik opgroeide. In de loop van de tijd kwamen er steeds meer bij, ook Jeannies kinderlijke wulpsheid die ik in de beslotenheid van de nacht tussen voetenkruik en hoofdkussen een huppelkutterige variant gaf: oud-rozerood, vleeskleur mijdend en alles mat genoeg om aan moeders gefrustreerde beeld van emancipatie te voldoen.
    De talloze keren dat ik voor het slapen gaan – en lang voor Jeannies komst – mezelf als ukkie-ballerina in een volgspot op de binnenwand van mijn voorhoofd projecteerde. Altijd vóór het gesloten doek, alsof het koord ontbrak. Woordeloos en stil rondspringend in een tutuutje op een te smalle strook, waarom zo? In mijn familie bleek ik jaren later het enige podiumbeest. Niemand interesseerde zich echt voor de magie van het opgaande doek; mogelijk lag het daar aan. Maar vooral dacht ik in onhandige reeksen plaatjes en weinig in soepel lopende verhaaltjes – godzijdank kuste een djinn mij wakker. Alleen, in plaats van haar zachte, warme lippen voelde ik me eerst ongemakkelijk. Niettemin was ze daar, in een plot vol verhaallijnen, en bleef maar verschijnen. Ik wist niet wat me overkwam: iedere week een aflevering, eerst in zwartwit en later in kleur. Voorzichtig begon ik om een Barbie te bedelen, kwam niet verder dan een doos melkglazen kraaltjes met een tintje. De ketting die ik ervan reeg, en bij het naar bed gaan onder moeders toeziend oog op het nachtkastje legde, klemde ik zodra ze de deur achter zich dichttrok in mijn knuist – en speelde ermee in het schemergebied. Nee, ik krijg het niet benoemd.
    Maar wat zou het: de hard-to-get captain, fatsoensrakker in een NASA uniformpje hield seizoen na seizoen de boot keurig af. Over of ze aan nutte of onnutte seks gingen doen, hoefde ik me helemaal niet druk te maken. I dreamed of Jeannie; droomde zij ook van mij en waar is ze eigenlijk gebleven? Ik bedoel, wie bèn ik toch! Ik hoop echt dat mijn alter ego Rosi iets van háár heeft. Zo mooi, jong en roze. Een nutteloos huppelkutje.





Over Switha Ro

Multidisciplinair theatermaakster met uitglijders naar Beeldende Kunst. 'De Vrouw breekt de buurt.'

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Follow getikteteksten on WordPress.com

Sites die ik volg

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Voeg je bij 344 andere volgers

DRAMAPLAATS

Spelend naar je Zelf

Transformational Astrology

Astrologie, bewustwording & transformatie

BERTJENS

Zij. Diversen.

MALOU BROUWER

ACADEMIC | WRITER | TRANSLATOR

Greet Ilegems

Master of Science, Author & Publisher of the YA SF Hybrid-series, Photographer, Trying to capture a dream, the poetry of earth, life...

Mirjam van Zelst

journalist en tekstschrijver

KadeGee

Sterke verhalen en bescheiden anekdotes over een leven in transit.

Gekwaak uit Kwakkelland

Mijn verbazing, vervoering en ontroering

Di's Storia

verhalen gedichten illustraties

Kaj zoals-ie schrijft

Scherpte, humor en tederheid

In scherpe bewoordingen

Door Adriaan Hendriks

getikteteksten

van Switha Ro

Andere taal

(Franse) taalverhalen

traveledith

Edith op reis

wltrrr

Onregelmatige berichten uit de wondere wereld van pers en media ter bevordering van haat en angst.

De Nieuwe S

Dennis Gaens

%d bloggers liken dit: